
Kersen zijn er in vele soorten en maten, waarbij we onderscheid maken tussen zoete en zure kersen. De zure kersen worden ook wel krieken of morellen genoemd. De kers valt onder de steenvruchten en de belangrijkste producerende landen zijn Griekenland, Turkije en Italië. De familienaam is Prunus, wij richten ons vandaag op de Prunus Avium.

Midden in de weilanden van Moerkapelle ligt kaskersenkwekerij Jomajole van Corstiaan Oudijk. Sinds 2007 heeft hij 2000 kersenbomen in zijn kassen staan, dit verdeeld over 17 rassen. Hoewel er nog maar een handjevol kastelers bestaan, heeft het volgens Corstiaan wel degelijk voordelen: "De bomen zijn beschermd tegen wind en hagel, vooral ook tegen de vogels. Verder kan regen hier geen rijpe kersen beschadigen."
Laten we bij het begin beginnen. De kersenbomen zijn geënt op onderstammen. Dit kunnen verschillende rassen zijn, je kunt daarmee kiezen of de boom snel of juist langzaam moet groeien. Corstiaan heeft gekozen voor de Gisela, een traaggroeier die niet zo groot wordt. De gekozen onderstam komt overigens van de universiteit van het Duitse Giessen, de naam is een afkorting van Gieβen Selektion
Artkreuzing. Het nummer achter de naam geeft het groeipercentage aan. De kersenbomen van Corstiaan zijn maximaal 3,5 meter hoog, een heel verschil met vroeger. "In de Betuwe waren de bomen vroeger wel 30 tot 40 meter hoog. Die werden met de ladder beklommen en dat kostte veel tijd." In de kas van Corstiaan begint alles een stuk eerder te bloeien dan in de buitenlucht. Hij heeft zijn soorten zodanig gekozen dat hij van het begin tot het einde van het seizoen kan oogsten. Een vroege oogst betekent een hoge kiloprijs, die wel kan oplopen tot 50 euro.

De hommel
De grond bij Corstiaan bestaat uit zware klei. Elk grondtype heeft zijn voor- en nadelen. Corstiaan: "Op veengrond bijvoorbeeld kan je veel last hebben van de taxuskever en veen heeft weer meer water nodig. Een kleigrond zoals ik heb, heeft maar één keer per dag water nodig, op een warme dag 15 liter per boom." De boomgaard hier is verdeeld in paden met een doorgang van 4 meter. Op deze lijn staat om de anderhalve meter een boom. In de kas bloeit de bloesem rond 21 maart, de eerste kersen kan men dan op 5 mei plukken. Buiten komt de bloesem pas rond 1 april en begint men de eerste week van juni te plukken. Niet alle bloesems worden kersen, een groot gedeelte valt ten prooi aan de bloeirui. Dat wil zeggen dat de bloesems eraf vallen of afwaaien. De bestuiving van de bloempjes wordt gedaan door hommels. Corstiaan koopt de beestjes in doosjes en laat ze lekker rondvliegen. Bestuiving is een ingewikkelde zaak, het is allemaal te doen om de S-allelen. Dat zijn de genen die bepalen welke stuifmeelkorrels wel of niet tot bevruchting kunnen leiden. De moderne techniek biedt de kans om te bepalen welk DNA het ras heeft en tot welke S-allelen hij behoort. De zoete rassen hebben twee van die S-allelen. Als een ras bijvoorbeeld S4S6 heeft, betekent dat deze niet door korrels met S4 en/of S6 bevrucht kan worden. S2, S3 en S5 zorgen er wel voor. Voor ons blijft het een beetje Chinees. De hommels hebben geen navigatiesysteem die hen naar de juiste bloem brengt, ze dwalen gewoon rond. Hun logge lichaam komt in contact met verschillende stuifmeelsoorten, de bevruchting volgt vanzelf.
De pluk gebeurt met grote finesse, de vruchtjes zijn immers erg teer. Het is voor de plukkers zaak dat ze de kersen per twee plukken, dit met een draaiende beweging. Daarna komt alles netjes in kistjes terecht. In vroeger tijden ging het anders, toen gebruikte men een zogenaamde hoenderik. Dat was een mand van ongeveer tien kilo met speciale hengsels waarmee ze aan de hoge bomen werden gehangen. Daarna werden de kersen over een grote tafel uitgestrooid om ze te selecteren. Zo'n tafel diende dan tevens als verkoopbalie. Dit was puur vrouwenwerk, uiteraard zaten de mannen in de bomen. De pluktijd ging altijd gepaard met veel gezelligheid en de nodige jenever. Dat is allemaal veranderd, de kersen worden direct bij het plukken uitgesorteerd. Minder mooie kersen noemt men wrak. Deze zijn niet zo aantrekkelijk voor de verkoop, maar wel ideaal voor confituren.
Bladhout en vruchthout
Na de pluk begint het schoonmaken van de boomgaard en de kas. Corstiaan heeft een slimme manier om het terrein schoon te maken: "Tussen de kersenbomen hebben we kruiden gezet zoals peterselie. Op onze klei hebben we echter nog steeds veel last van onkruid. Hoe lossen we dat op? Zodra de pluk voorbij is, laten we kalkoenen en andere loopvogels in de kassen los. Na een tijdje is het hele perceel keurig onkruidvrij. Er zijn nog meer voordelen, de kalkoenen en kippen geven gratis hun mest af aan de bodem en ze eten alle insecten op. Met kerst zijn ze goed gevuld en hebben wij een lekker kerstdiner." Onze teler gooit wat extra voer op de grond en van alle kanten komen de gevleugelde vrienden aangestormd.
Na de oogst kan het snoeien beginnen, eerst het snoeien van de wortels, dit om de groei te vertragen. Hiervoor gebruikt Corstiaan een trekker met scherpe messen. Tegen het einde van het jaar worden de toppen gesnoeid. Dat is een belangrijk werkje, het heeft veel invloed op de oogst van volgend jaar. De kersenboom heeft twee verschillende soorten takken. Er is bladhout en vruchthout. Het bladhout wil dat de boom groeit en stevig wordt, het vruchthout wil niets anders dan vruchten dragen. Elke tak kan volgens Corstiaan anders zijn. Snoeien doet hij op 10 centimeter van de stam of tak. "Een kersenboom moet de vorm van een pyramide hebben. Takken die een hoek hebben van 45 graden of steiler, zijn geen vruchthout en worden dus gesnoeid." Ook takken die de helft dikker zijn dan de stam moeten eraan geloven. Het liefste heeft de teler "mei-touwtjes", dunne takjes. Hoewel de bomen in de kas staan, liggen er toch nog gevaren op de loer. Corstiaan bestrijdt insecten onder andere met minerale olie. Deze legt een vetlaagje over de eitjes van de insecten, die dan niet meer uitkomen. Tegen bacteriën en schimmels gebruikt hij Ravral, een bestrijdingsmiddel. Gelukkig heeft Corstiaan geen last van vogels. Zijn buitenverblijvende collega's kunnen zich bewapenen met een luchtbuks, of: "Rondrijden met een brommer zonder uitlaat."
We nemen nog even een aantal zoete kersenrassen onder de loep.
.jpg)
Burlat [1]
Een mooie dikke kers, die soms zelfs de naam ‘royaal' mag dragen. Deze eretitel krijgt een kers wanneer hij groter is dan 28 mm doorsnee. Hij is zacht en goed van smaak en heeft een ronde onderkant. Het is een vroege kers.
Schneider [2]
Deze hartvormige dikke kers heeft een rood- tot bruinachtige kleur. Het vlees is stevig, smakelijk en sappig. Door zijn grootte is dit ras ook bijzonder geschikt om tot het royaal predikaat te komen. De soort is erg barstgevoelig.
.jpg)
Silvia [3]
Deze traaggroeiende kers heeft stevig en grof vruchtvlees. Het vruchtje is dieprood van kleur en heeft een ronde onderkant, de smaak mag er zijn. Het is een zeer late soort.
Hedelfinger [4]
Dit late ras is al erg oud en bekend uit vroeger tijden. De kersen zijn flink en vallen vaak onder het formaat Prestige, hetgeen wil zeggen dat de kers groter is dan 22 mm doorsnee. Het vruchtvlees is stevig, niet zo sappig, maar erg lekker. De schil is barstgevoelig.

Black Star [5]
Deze kers is een buitenbeetje. Zijn huid is mat met een sinaasappel¬structuur. Het vruchtvlees is niet erg lekker. De kers wordt geplukt in het midden tot aan het einde van het seizoen.
Canadian Giant [6]
Dit is de kers onder de kersen, een kruising tussen de Van en de Sam, afkomstig uit Canada. De vruchten zijn hartvormig en kunnen tot wel
11 gram wegen. Ze hebben een lange steel en een mooie glans. De smaak is lekker zoet en sappig. Deze kers wordt geplukt vanaf het midden van het seizoen.
.jpg)
Van [7]
Een topkers vol sap, dat door een dun schilletje wordt tegengehouden. Het steeltje zit los in de bolvormige kers. Deze soort wordt rond de vijfde week van de oogst geplukt.
Vanda [8]
Een nieuw ras dat extra resistent is tegen ziektes. De soort vindt zijn oorsprong in Tsjechië, waar men een kruising maakte tussen de Van en de Kordia. De Vanda heeft een ronde onderkant en de kleur is dieprood tot bijna paars. Hij wordt in het midden van het seizoen geplukt. De kers zit vrij los aan de steel, wat het plukken met de hand lastiger maakt. Toch is het een geliefd ras, resistent en smaakvol.
.jpg)
Kordia [9]
Een snelgroeiende kers, waarvan de boom er veel produceert. De glimmende schil is niet gevoelig voor barsten. De kers heeft een hartvorm met een puntige onderkant en is friszurig van smaak. Hij mag met recht de hekkensluiter worden genoemd, dit omdat hij als allerlaatste geplukt wordt.
Bigarreau Napoleon [10]
Dit is de bekende gele kers met zijn zeer sappig en specifiek zoete smaak. Het vruchtvlees is vast en licht roze. De vruchtjes krijgen ook wel eens de naam witte buiken mee, dat mag duidelijk zijn waarom. Het is een oud ras dat vroeger een grote handelswaarde en bekendheid had. Het kleine vruchtje van dit late ras barst van de vitamine C.
Kaskersenkwekerij Jomajole
Middelweg 5 - Moerkapelle
T 0031 79 59 33 652

«
16-4-2010 @ 15:16


© 2004-2012 SLiM DESiGN | Hosting Brothers