
Ongeveer 250 kilometer voorbij Parijs ligt een gebied dat zich uitstrekt langs de oevers van de Vienne tot aan de samenvloeiing met de Loire. We zien hier veel kastelen ten teken dat hier ooit veel koningen en prinsen verbleven. Tegenwoordig is de streek vooral bekend om zijn wijnen, die voornamelijk van de Cabernet Franc afkomstig zijn.

De geschiedenis van de plaats Chinon is zeer rijk. We horen diverse namen noemen, van Jeanne d'Arc tot Karel VII. Een andere belangrijke naam hier is die van de in Chinon geboren schrijver François Rabelais. Hij was een der bekenste humanisten uit de Renaissance. De schrijver liet zijn sporen duidelijk na en maakte de streek tot een soort van bedevaartsoord. Het is ons echter te doen om de in het Bassin Parisien gelegen wijngaarden. Deze spreiden zich over heuvels en terrassen uit vanaf Ile‑Bouchard in het oosten tot aan de Loire. Er zijn 18 gemeentes en 238 wijnboeren die het AOC predikaat mogen dragen. In totaal is het gebied zo'n 2360 hectares groot. Van de wijnboeren werken er 221 zelfstandig. Er is slechts één coöperatie, verder zijn er 16 négociants die druiven van de boeren opkopen om er hun wijn van te maken.
Er wordt voornamelijk rode wijn gemaakt, namelijk 82%. Rosé staat op de tweede plaats met 13%, terwijl witte wijnen zeldzaam zijn. Het meest geteelde ras is hier de Caberet Franc.Voor de witte wijnen wordt Pineau de la Loire of Chenin gebruikt. De streek is uiterst geschikt voor wijnbouw, dit dankzij de gevarieerde ondergrond. Kalkrijk, klei‑vuursteen en oude grindhoudende terrassen. In de heuvels zijn in het tufsteen veel gangen en kelders gemaakt. Een goed voorbeeld is de Caves Painctes. Het oudste gedeelte van deze kelder stamt uit de elfde eeuw en werd gemaakt door de contouren van de rotsen te volgen. Wel leuk om te weten hoe dat destijds ging: op de naden van de rotspartijen werden inkepingen gemaakt waarin grote houten pinnen werden geslagen. Door het hoge vochtgehalte zette het hout uit en vielen de rotsen er uiteindelijk praktisch vanzelf uit. Van de blokken steen werden ondermeer de huizen van de stad Tours gebouwd. Vroeger moet deze stad volledig wit zijn geweest van de kalksteen.


Een moderne versie vinden we in het gehucht Panzoult, veertien kilometer van Chinon gelegen. Hier is men volop bezig om een steengroeve om te toveren tot een commune, waarin zich zeventien wijnboeren kunnen vestigen. De kalksteen is prachtig uitgehouwen. Het is de bedoeling dat de kleine wijnboer zich hier aan het publiek kan presenteren, iedereen met een eigen "winkeltje". Eén van de kraampjes is van Domaine Charles Pain en wordt vertegenwoordigd door Charles in hoogst eigen persoon. Hij bezit 36 hectares met stokken van gemiddeld 32 jaar oud. Zijn wijngaard ligt tussen een helling en een vlakte aan de oever van de Vienne en is meer dan tien kilometer lang. Zijn trots is de Cuvée Prestige, die uiteraard voor 100% uit Cabernet Franc is gemaakt. De druiven zijn afkomstig van een rijke kalkbodem. Charles geeft de wijn een trage gisting waardoor deze veel body krijgt. Daarna gaat de wijn nog vier tot zes maanden op eiken om de tannines af te ronden. Meestal zijn het gebruikte vaten uit de Bordeaux. De wijn is ongeveer tien jaar houdbaar, maar jeugdige wijnen zijn na karaferen perfect drinkbaar. Charles bemest zijn wijngaard met druivenpulp die hij drie tot vier jaar laat liggen en dan bijna compost is.
De tuin van Frankrijk
Het klimaat in Chinon is ideaal, reden ook waarom de regio "de tuin van Frankrijk" wordt genoemd. De brede samenloop van de twee rivieren laat zeelucht toe tot in het diepste van de valleien. De zeeluchtstroom ontwikkelt zich in een langzaam tempo naarmate deze dieper het land intrekt. Het is één van de weinige streken op de wereld waar elk wijnjaar beïnvloedt wordt door een ander windtype, of het nu de overheersende frisse en vochtige winden uit het zuidwesten zijn of een warme droge oostenwind. Wie zijn wijngaarden op het zuidwesten heeft liggen, heeft geluk, want deze kant heeft de meeste kans op maximale zonneschijn. De vele heuvels en bossen zorgen voor bescherming tegen de soms felle noordelijke winden. De zomers in de Chinon zijn vrij warm en de winters zacht. Er valt slechts 500 tot 600 mm neerslag per jaar.
Cabernet Franc
Zoals gezegd is de Cabernet Franc hier hofleverancier. De druif is familie van de bekendere Cabernet Sauvignon, hij is echter iets eerder rijp en bevat minder tannines. Andere namen zijn Breton, Bouchet of Bouchy. Het is een zeer oud ras, volgens de boeken werd de druif al in de elfde eeuw verbouwd. Door de verscheidenheid aan bodems heeft elke terroir zijn eigen smaakpalet. De wijnen van de grindhoudende terrassen hebben een fijne en krachtige structuur met zachte tannines. Klei- en kalkrijke bodems zorgen voor een steverige tannine met veel body. Rode Chinon wijnen zijn op jonge leeftijd al mooi aromatisch en doen dan denken aan bosbessen of roodfruit, zoals zwarte bessen, kersen, aardbeien en frambozen. Ze laten zich dan ook goed combineren met gegrild en wit vlees en ook met eiergerechten. Oudere wijnen neigen qua aroma meer naar vruchtencompôte, kruiden en dierlijke tonen van leer, bont en wild. Bij rundvlees, kip of wild doen ze het goed. De kleur van de rode Chinon is intens rood, tussen kersenrood en purper in.

Christophe Baudry en Jean-Martin Dutour hebben een andere kijk op de wijnmakerij dan de meeste van hun collega's in de Chinonstreek, ze maken liever wijn op een moderne manier. Het huis heeft geen eigen wijngaarden maar koopt de druiven van diverse boeren op. Commercieel lekkere wijnen die makkelijk drinkbaar zijn, maar bovenal goed verkoopbaar zijn, dat is het motto. In totaal kan het huis beschikken over de druiven van 100 hectares, met name de Cabernet Franc en een klein gedeelte Cabernet Sauvignon worden verwerkt. In tegenstelling tot andere wijnboeren die vanuit hun terroir werken, is alles hier hypermodern en clean, met hygiëne als één van de belangrijkste speerpunten. Hier geen stoffige kelders met natuurlijke schimmels. Als de hele trossen binnenkomen, worden ze gerist en vervolgens licht gekneusd. Met schilletjes, doch zonder takjes gaan ze in inox cuves van 100 hectoliter. Bij Domaine Baudry-Dutour voegt men nog wat geselecteerde gisten toe en dan kan het microfeest beginnen. Er wordt op een lage temperatuur gegist (26 tot 30ºC), waardoor men een fruitige wijn krijgt die commercieel aantrekkelijk is. Na 2 à 3 weken wordt de massa afgetapt. De eerste wijn die vrijkomt noemt men vin de goût, ofwel lekwijn. Deze wordt vaak bestempeld als een aparte kwaliteitswijn. Hetgeen overblijft wordt nog eens geperst. Deze vin de presse (perswijn) bevat meer tannines. Hij wordt bestemd als tweede wijn of om de eerste te versterken. Er vinden twee filteringen plaats, de eerste met kieselguhr, de tweede met papier. Een deel van de wijn gaat daarna direct op fles, een ander deel laat men nog 6 tot 8 maanden rusten op eiken.
«
29-1-2010 @ 15:17


© 2004-2010 SLiM DESiGN | Hosting Brothers