AOC GRIS DE TOUL
De expressie van een noordelijke wijngaard Over sommige wijngaarden wordt veel gepraat en geschreven, over andere hoor je nooit iets. Komt het door een gebrek aan communicatie? Komt het omdat er geen kasteel op de etiket staat? Dit soort vragen maakt ons altijd nieuwsgierig, vandaar dat we in onze reportages vaak het onbekende beschrijven. Ditmaal zijn we op zoek in de Lorraine en ontdekken er een heel bijzondere wijn. Geen rood, geen wit, geen rosé maar gris.Ons doel is om de Gris te verkennen, een wijn met een uiterst zachtroze kleur, gevinifieerd als een witte wijn. Maar al te vaak wordt hij in de familie der rosé wijnen geplaatst en dat is dus fout. Men praat van wit, rood, rosé en gris (grijs). De Lorraine is de enige regio ter wereld die de wijnstok Gamay als wit vinifieert. Maar ter plaats komen we ook andere verrassingen tegen zoals de Auxerrois. Deze heeft niets te maken met de wijnstok uit Cahors die men ook wel Cot noemt, het is een aromatische selectie van de Pinot Blanc. Om de regio beter te begrijpen, namen we contact op met drie gereputeerde wijnboeren uit de AOC, een lange smalle strook van acht gemeenten die in het noorden met Lucey begint en in het zuiden met Bulligny eindigt. De ontvangst is "chaleureux", men is dolgelukkig dat er eens een blad is dat de moeite neemt om naar de omgeving van Toul af te reizen. De vraag die ons de hele dag door gesteld wordt: hoe komt het dat jullie hier zijn? Dat jullie ons gevonden hebben? We leggen dan uit dat er ook nog zoiets als eigen initiatief bestaat.
Na een rondrit onder de prachtige najaarszon leggen we aan op ons eerste adres: wijnboer Roland Lelièvre in Lucey. Vol smaak vertelt hij ons over de geschiedenis van deze 105 hectares kleine wijngaard.
Veelbewogen geschiedenisHet wijnverhaal in de streek begon met de Romeinen, die de Moezel als een uitstekend transportmiddel voor wijnen zagen. Meer dan vijftienhonderd jaren werd er in de omgeving van Toul dus al wijn verbouwd, de specialisatie kwam er door toedoen van de hertog van Lorraine die de wijnbouw stimuleerde. De Franse revolutie deed er nog een schepje bovenop. Dankzij de égalité en fraternité kon elke boer voortaan beschikken over zijn eigen lapje grond. Rond 1850 was de wijnbouw van de Lorraine (Lotharingen) op zijn hoogtepunt, met 45.000 hectares waarvan er 6.000 in de regio van Toul te vinden waren. Aan het begin van de twintigste eeuw kwam de druifluis zoals ook elders de volledige wijngaard vernietigen. Tot dan werd het grootste gedeelte van de druiven geperst om aan de Champagne te worden verkocht. Toen de Champagne-streek in 1907 zijn appellation-voorschriften kreeg, werd deze uitwisseling sowieso beëindigd. Met de aanleg van de spoorweg kwam de industriële ontwikkeling, die boeren naar de fabrieken trok. De Eerste Wereldoorlog en flinke hagelbuien gaven de wijnbouw het definitieve genadeschot. De overgebleven boeren gingen zich volledig richten op het andere produkt waar zij traditioneel goed in waren: het mirabelle pruimpje. Toch waren er enkele dappere wijnboeren die stug door bleven gaan. Zij werden beloond met een VDQS-status in 1951, hetgeen een impuls aan het vertrouwen gaf. In 1998, nog maar kort geleden dus, werd hen de felbegeerde AOC-status verleend. Sindsdien is er veel gebeurd, vooral omdat de boeren de wil hebben om samen te werken. Zelfs kwam er een "Comité des Vins de Lorraine", helaas heeft dat commité nog nooit van zoiets als communicatie gehoord.
De AuxerroisDe kleine wijngaard van 20 km lengte, gelegen aan de westkant van de stad Toul, meet 700 hectares waarvan er momenteel 105 met wijnstokken zijn bedekt. De overige hectares zijn bestemd voor de onmetelijke pruimenboomgaarden. De mirabelle en de wijnstok gaan in dit machtig mooie heuvellandschap altijd hand in hand. Het klimaat is semi-continentaal met een ligging die naar het uiden is gericht. De grond varieert tussen klei en silicium met kalksteen. Er zijn drie wijnstokken aangeplant: de Gamay voor 65%, de Pinot Noir voor 20% en de rest is Auxerrois. De maximale rendement is 72 hl/ha, voor de Gris en de Auxerrois is dat 60. De regio telt 35 wijnboeren, waarvan er slechts tien superprofessioneel bezig zijn. Zoals Roland Lelièvre en zijn broer André. Voor hen is de wijnbouw een kwestie van generaties. Zoals de traditie hier wil, zijn 10.000 stokken per hectare aangeplant. Omdat de omgeving nogal vochtig is, werkt men steeds meer met hoge hagen. Zoals in de Elzas. Kastelen of herenhuizen zijn in de regio niet te vinden, de "kelder" van Lelièvre bestaat uit een redelijk modern gebouw met meerdere zalen. De gebroeders bezitten een horizontale pers waar ze trots op zijn. In het winkeltje dat bij het bedrijf hoort, zien we minstens even veel mirabelle produkten (eaux de vie, confitures, weckpotten...) als wijnen.
De vin Gris is gemaakt van Gamay met een minimale bijdrage van 10% Pinot Noir. De druiven worden niet gemacereerd. Er bestaat momenteel nog Gris de Toul van bijna 100% Gamay, maar volgens de AOC-voorschriften zal dat weldra niet meer mogen. De wijn wordt hier volstrekt anders gevinifieerd dat in de Moselle. De Auxerrois wijnen in Toul zijn prachtige wijnen met een fijne en zeer florale neus. We proeven eerst een AOC Côte de Toul Blanc 2001. Dat valt tegen, want in Toul is dat geen gigantisch jaar geweest, te veel regen. Deze wijn is gemaakt via een fermentatie tussen 12 en 18°C, zonder restsuiker. Hij is 6 tot 8 maanden in inox gelagerd geweest op gelijke temperatuur. De millésime 2001 heeft wel die florale neus maar is dan weer dun in de mond, met een aanvankelijke afdronk van citrus die later plaats maakt voor een lichte rooksmaak. De 2002, winnaar van de Vinalie prijs 2003, toont zich een zeer expressieve wijn met veel ontwikkeling. In de neus volop citrusfruit en tropische vruchten, in de mond veel volume, vetheid en materie. Deze mooi gestructureerde wijn laat een afdronk van mango achter. Schitterend. Tot slot wordt de 2003 uit de tank gehaald. We zijn er benieuwd naar, want het zonovergoten 2003 moet iets speciaals geven. De oogst vond vier weken eerder plaats dan normaal en was goed voor 12,8° alcohol. Hij is nu al zeer complex, met een mooie finale van kruidnagel.
Gris de ToulMaar we zijn vandaag op zoek naar de Gris. Zoals gezegd is hij gemaakt van Gamay en Pinot Noir en als een witte wijn gevinifieerd. Ook hier betreft het een direkte gisting zonder maceratie. Een Vin Gris moet een zachtroze kleur hebben, zéér licht, een 'illetwijn'oals ze dat hier noemen. De Millésime 2002 die we proeven, een Médaille d' 2003 van Parijs, heeft een mooie neus van rode vruchten en rozenbottel die zich langzaam in de richting van gekookte vruchten ontwikkelt. De afdronk is fris met een mooie zuurbalans en veel warmte. Bij de 2001 vallen we in dezelfde probleem als voor de Auxerrois. Zijn kleur is iets gelig, een lichte anijsneus, de Gamay is hier duidelijk te proeven en ook heeft hij iets meer mineralen en zuur. Roland: ' een vochtige jaar goed naar voren te brengen, zouden we de wijn iets meer moeten concentreren. Maar het meest frappant is dat men op blindproeverijen denkt dat het een witte wijn is.'ij de 2000 krijgen we weer die specifieke kleur. Een neus van dille en vuursteen. Een mooie balans in de mond met een zuurgehalte dat de finale ondersteunt en de wijn breedte geeft. Een prachtige wijn voor een combinatie met spijs. Onze gastheer heeft ook nog een Gris 2000 voorhanden die alleen uit Gamay is gemaakt. Deze wijn heeft een iets donkere kleur. In de neus zijn mint, peper en versgemaaid gras te ontdekken, maar in de mond verliest hij een beetje aan kracht. Roland zou zijn hele kelder willen laten proeven maar er is nog een lange dag te gaan. Maar goed, laten we er nog ééntje nemen, de Gris 1999. Door zijn leeftijd heeft hij zijn grijze zenuwen een beetje verloren, maar toch is het een openbaring. Via kamfer en pepermunt in de neus komen we tot een zeer complexe ronde mond met rood fruit en een finale van rozebottel en geconfijte vruchten. We weten nu inmiddels al dat deze wijn meer verdient dan alleen als toeristische curiositeit in de plaatselijke pizzeria te worden gedronken. Vooral de waarde in wijn/spijs combinaties schatten we hoog in.
De natuur alleenWe blijven in Lucey. Bij wijnen is de faktor bio niet altijd interessant, maar in het geval van Michel Goujot ligt dat anders. Hij komt ons ophalen met de fiets en rijdt fanatiek voor onze auto uit. Deze boer nam in 1972 de wijngaarden van zijn vader over en schakelde langzaam over op bio, hetgeen hij in 1980 volledig bereikte. Een bezoek aan zijn "infrastruktuur" neemt ons minstens honderd jaar terug in de tijd. In de schuur zien we een volledige antiekhandel, maar niets is te koop want alles heeft zijn funktie. De ouderwetse mechanische houten pers staat naast twee gigantische prehistorische open gistingsvaten. Hierin laat Goujot zijn rode wijn in de open lucht fermenteren. We kunnen nu beter begrijpen hoe de wijnboeren het in de 19de eeuw allemaal deden. In een andere schuur komen we de eiken vaten tegen waarin Michel zijn wijn laat ademen. Voor de Eau de Vie die hij van mirabelle maakt, gebruikt hij uitsluitend essen vaten. Die geven minder tannine aan zijn geestrijke drankje.
Michel'wijngaard bestaat voor 30% uit Pinot Noir, voor 10 % uit Auxerrois en voor 60 % Gamay. Hij wil niet meer dan 35hl/ha aan Auxerrois en 49hl/ha voor de ander wijnstokken oogsten. Met zijn eigenzinnigheid lukt het Michel om zeer atypische wijn maken, heel anders dat die wij bij Roland proefde. De wijnen van Michel hebben iets heel boers, maar dan mooi boers. Het kost hem allemaal de nodige moeite, want zonder onkruidverdelging of bestrijdingsmiddelen moet hij 400 uur per jaar langer werken dan zijn collega' Gist kopen? Welnee. Zijn stal bevat een natuurlijke cultuur van zeer traag werkende gisten, beestjes die hij met zijn vele antiek koestert.
De eerste wijn die we proeven, is een Gris de Toul Cuvée Prestige 2001. Deze heeft een lichte petroleumneus en een hoog zuurhalte in de mond. De finale met zijn mint en grastonen maakt indruk. Michel vertelt ons dat de organoleptische eigenschappen van zijn wijnen zodanig zijn dat hij ze niet meer op wedstrijden presenteert. Ze zijn te eigenwijs, zo oordeelt het degustatiecommité. ' zoeken altijd specifieke smaken die typisch zijn en daarna kiezen de beste uit. Mijn wijnen maken daarbij geen kans.'e komen aan een Tradition Millésime 2000, een wijn die zich pas pril begint te openen maar toch fris is, met een finale van rode vruchten. Michel'wijnen vragen twee à drie jaar voordat ze volledig tot waarde komen. Al met al bewijst deze eigenzinnige boer dat bio zeker toekomst kan hebben.
GastronomieDe gezamenlijke wijnboeren nodigen ons uit voor een maaltijd in hun dorp. Gelige huizen om ons heen, verder een benzinepomp en ernaast een restaurant: l'Auberge du Pressoir. Het is een voormalig treinstationnetje uit het lang vervlogen stoomtijdperk. Je moet echt van je regio houden om je hier als restaurateur te installeren, zo peinzen we voordat we binnengaan. Maar de zaak blijkt propvol, elke stoel is bezet. Reynald Steschenko is de patron-cuisinier, we moeten alle eer bewijzen aan deze jonge chef die binnen zijn streek vecht om gastronomie te bieden. De ruggegraat van wat op tafel komt, bestaat uit de wijnen van zijn terroir.
Aan tafel beginnen we met een slakkenschoteltje met knoflookcrème. Deze is gemaakt door de slakjes in boter aan te maken met knoflook en af te blussen met Auxerrois wijn waaraan room is toegevoegd. Er komt ook nog gehakte peterselie aan te pas. Bij dit geprononceerde gerecht wordt een Gris de Toul van wijnboer Vincent Gorny geschonken, uit Bruley, enkele kilometers verderop. En wat denkt u? De fragiele wijn neemt het smaakgeweld moeiteloos op! De lunch gaat verder met een eendeborst met mirabelpruimenazijn. Ook hier voelt de Gris de Toul zich in zijn nopjes. Wanneer de chef aan tafel komt, horen we tot onze verbazing dat hij vrijwel de enige in de regio is die Gris de Toul schenkt. Ook de andere regionale wijnen mogen op weinig genade van het kookgilde rekenen. Bizar, zo overwegen wij. De witte wijnen zien we in gedachten al gecombineerd met zeevis of riviervis, met schaaldieren, ganzelever, slakjes of zelfs met geitenkaas. En de Gris bewijst zijn potentie bij slakjes, knoflook en eend, maar zal ongetwijfeld ook een goede begeleider zijn van witvlees, terrines, charcuterie of orgaanvlees. Waarom de regionale chefs dat niet zien, is voor ons een raadsel. Meteen is daarmee de vraag beantwoord waarom de wijnen van Toul zo volslagen onbekend zijn: ze missen een gastronomische motor. Roland Lelièvre: ', het is allemaal bizar. Het punt is dat we geen verstand hebben van communicatie. Maar ik weet dat als iemand onze wijnen geproefd heeft, hij klant van ons wordt 'En dan zitten alle wijnboeren op het puntje van hun stoel en voert iedereen het hoogste woord. "We willen niet méér produceren", wordt gezegd, "maar we moeten er voor zorgen dat beginnende boeren een kans krijgen". Een ander merkt op: "We hebben professionele hulp nodig, dat heb ik altijd al gezegd". Waarop zijn buurman antwoordt: "En wie gaat dat dan betalen? Jij?" Enfin, het wordt nu pas echt gezellig aan tafel. "Parijs laat ons in de steek, want we krijgen niet eens een bord langs de snelweg". Vreemd eigenlijk dat de regionale en provinciale authoriteiten passief blijven. Een stevig promotiebudget zou de streek geen windeieren leggen. We hebben dat ook in andere regio'gezien: de ontwikkeling van het tourisme zou er wel bij varen en dat is goed voor de economie.
Bisschoppen en hertogenWe komen aan in Bruley, het buurdorp van Lucey. Bij Michel Laroppe, die president van het commité en wijnboer is. Al meteen worden we geconfronteerd met een historisch verschil tussen Bruley en Lucey. Lucey maakte vroeger deel uit van het bisdom Toul. De bisschoppen wensten geen alcoholproduktie, de boeren waren verplicht om hun druif of sap naar Toul of naar de Champagne-streek te brengen. Bruley viel echter onder de hertog van Lorraine en die vond al die alcohol een goede zaak. Kwestie van de onderdanen tevreden te houden. Vandaag zijn de verschillen tussen de twee buurdorpen nog goed te zien. In Bruley heeft vrijwel elk huis een gewelfde kelder, in tegenstelling tot Lucey dat geen enkele kelder heeft.
Het domein van Michel telt 18 hectares. De oogst wordt zoals bij zijn collega'manueel gedaan, maar het persen gebeurt pneumatisch dus heel zacht. Michel laat zijn Auxerrois voor 25% in eiken vaten fermenteren, waarbij hij jaarlijks 20% van het hout vervangt. De restant gaat in inox tanks en wordt vergist op 18°C. De witte wijnen zoals de Gris beleven geen malolactische gisting. Sommige Gris krijgen een toevoeging van 5 tot 10% Auxerrois, afhankelijk van het jaar. De Gris 2001 werd licht gechaptaliseerd, zoals ook de ander wijnboeren dat in 2001 deden. Hij heeft hij alle karakteristieken van een verregend jaar: een mooie neus maar droog in de mond. De 2002 heeft de specifieke kleur van de Gris en een mooie finale van rood fruit en rozebottel. Recht uit de inox tank mogen we de 2000 proeven. Hij is nog te kort in de neus, zeker ten opzichte van de 2001. De grote verrassing komt van de Auxerrois uit het vat, met een snoepjesneus en een perfecte zuurbalans. Een andere verrassing is de Auxerrois 2000 die op eiken is opgevoed. In de neus pruneaux en gekonfijte sinaasappel, in de mond gekonfijt fruit met een lichte rooksmaak en een tintje kruidnagel.
ConclusieWe wisten bijna niets over deze wijngaard en zijn produkten en producenten, het was de nieuwsgierigheid die ons tot de reis bracht. De verrassingen waren groot. Na drie wijnboeren te hebben bezocht, zagen we dat de verscheidenheid in deze kleine terroir groot is, maar dat alle flessen op hun eigen manier de moeite waard zijn. In ieder geval is rozebottel een herkenningspunt. Ook is het oogstjaar van eminent belang, maar dat is in dit noordelijke gebied niet meer dan logisch. We ontmoetten warmhartige wijnboeren die weten wat ze doen, althans in technisch opzicht. Van communicatie hebben ze echter geen kaas gegeten, zelfs zijn er nog nooit gesprekjes geweest met de regionale chefs. Onbekend maakt onbemind, voor u geldt dat na deze verkenning niet meer. Kom, stap eens in de auto en rijdt naar het verbijsterend mooie landschap, even ten zuiden van Nancy. Na wat proeven links en rechts zal de Gris de Toul ongetwijfeld op uw wijnkaart komen. Want vooral in de combinatie wijn/spijs zult u van de ene verbazing in de andere vallen. Die laatste oefening kunt u maken in Auberge du Pressior in Lucey. Verwacht er geen luxe, maar daar bent u ook niet voor gekomen.
«18-5-2007 @ 10:56