De culinaire videowebsite Let's Cook It . TV

SPIERING

Als alle andere vis zich verstopt heeft, komt de spiering in de richting van de wal, in enorme scholen van miljoenen visjes. Voor de Urker palingvissers vormen ze een welkome afwisseling. We stapten bij zo'n visser aan boord en lieten ons vergezellen door een Urker chefkok.

Klein maar fijn

Om zes uur 's ochtends staat hij ons op te wachten in de haven van Urk, aan boord is de koffie al bruin en bitter. Paulus van Slooten maakt zijn boot gereed voor vertrek. Zijn broer Albert en de andere bemanningsleden Gerrit Post en Harm Hoekstra heisen zich in oranje pakken. De ochtendzon staat aan een strakblauwe hemel en het is bijna windstil. De schipper neemt alle tijd voor ons, met de komst van de spiering is het niet al te hard werken aan boord.
Vóór de drooglegging van de Flevopolder was Urk een klein eilandje met een bevolking van bijna uitsluitend vissermannen, rauw en gehard door het beroep. Zeer gelovig ook; niet verwonderlijk als je zo dicht bij de natuur staat en je niet weet of jij en je kinderen morgen nog leven. Schipper Paulus is een echte Urker, een visser dus in hart en nieren. Overgrootvader was visser, grootvader was visser, vader was visser, voor Paulus was geen andere levensbestemming denkbaar. In 1997 kocht hij een eigen boot. Op het IJsselmeer zijn momenteel nog een kleine honderd beroepsvissers aktief. Ze pachten een stukje visgrond van de Nederlandse staat. In de vergunning staat precies omschreven waar, op wat, wanneer, hoeveel en met welk vistuig ze mogen vissen. Paulus: Het wordt steeds moeilijker. We moeten telkens rechten bijkopen om tot dezelfde opbrengst te komen".

Palingfuiken
Het seizoen voor de spieringvangst wordt wettelijk vastgesteld en loopt van ... tot ... Vanwege een barslechte vangst wordt zo'n periode wel eens met een week verlengd. Dat gebeurt wanneer de wind uit de verkeerde richting komt. Het water is dan helder en de visjes ontwijken de netten. Die netten zijn de gewone palingfuiken die de visser anders voor paling gebruikt. Paulus van Slooten bezit 400 fuiken waarvan er dagelijks 200 worden opgehaald. "Op een goede dag halen we 300 kisten boven, dat is 12 ton spiering. Gisteren hadden we maar 60 kisten en vandaag zal het niet beter zijn". Wanneer een bepaalde plaats goed blijkt, worden de fuiken daar weer teruggezet. Zo niet, dan wordt een nieuw stekje geprobeerd. Gelukkig moet de visafslag vóór vier uur 's middags beleverd zijn, anders zou de schipper dag en nacht doorwerken. Spieringvissen is een redelijk ontspannen bezigheid. In het palingseizoen is het harder en langer werken, de boot vertrekt dan in het holst van de nacht.

Als aan de kachel
De schipper staat aan zijn fuikrol zoals een chef aan de kachel. De taken zijn nauwkeurig verdeeld, praten doet de bemanning niet. Het ophalen en uitzetten van de fuiken gebeurt als een geöliede machine. De schipper staat aan de fuikrol en haalt de netten voorzichtig binnen. Achter hem staat broer Albert ter assistentie, want de fuiken zijn zwaar. Daarachter staat Gerrit die de netten leegt, weer dichtknoopt en zorgvuldig stapelt zodat de fuik weer paraat is. Harm zorgt ervoor dat de spiering van de bijvangst wordt gescheiden en de spiering in het scheepsruim wordt gedeponeerd. De bijvangst gaat weer terug in het water, door de meeuwen bespied.  Wanneer de bijvangst te groot is, wordt de hele fuik in het water geleegd. Pech gehad. Een kist spiering waar andere visjes tussenzitten, brengt minder geld op. Als alle fuiken op een bepaalde plaats zijn uitgezet, noteert de schipper alles in zijn computer met GPS plaatsbepaling. Hij weet dan precies waar hij overmorgen moet wederkeren. Tegelijkertijd zet het schip koers naar de volgende plek, waar begin en einde van de fuiken met een boei met rood vlaggetje gemarkeerd zijn. Onderweg wordt het dek geschrobd, een boterham gegeten, een shagje gerookt en een praatje gemaakt.

Ondernemingsgeest
Urk telt een dorpsgeschiedenis van meer dan duizend jaar, maar een Romeins geschiedschrijver noteerde al dat er in het meer Flevo een eiland lag, waarop enkele vissersfamilies gevestigd waren. Door een stijging van de zeespiegel werd het eiland in twee verdeeld: Urk en Schokland. Schokland ligt tegenwoordig midden in de polder en is uitgeroepen tot Unesco wereldmonument. Met de komst van de polder is Urk een schiereiland geworden. Nog steeds is het grotendeels door water omgeven. Het eiland is altijd arm geweest. De mensen, geheel op zichzelf aangewezen, hadden een moestuintje om in hun primaire levensbehoeften te voorzien.
Met de komst van de Afsluitdijk zag de toekomst van Urk er niet rooskleurig uit. Zuiderzee werd IJsselmeer, zout water werd zoet water en Urk was geen zeehaven meer. Volgens menig deskundige zou het snel afgelopen zijn met de Urker viseconomie. Op het IJsselmeer zou weinig ruimte zijn voor visserij en de Noordzee was bijna onbereikbaar geworden. Gemeente en provincie moedigden de Urkers aan om op landbouw over te schakelen, iets wat in de oren van de vissers belachelijk moet hebben geklonken. Een mens met het ruime sop in zijn aderen kun je nu eenmaal niet in de klei laten lopen. De overheid had niet kunnen rekenen op zóveel ondernemingsgeest: dankzij doorzettingsvermogen is Urk het grootste visserijcentrum van West-Europa geworden, HACCP en ISO gekwalificeerd! Tot aan het einde van de jaren zeventig werd de zeevis nog in de haven aangevoerd, maar door de grootte van de moderne Urker kotters -die alle wereldzeeën bevaren- worden de schepen voortaan gelost in zeehavens als IJmuiden, Harlingen en Delfzijl, waarna de vis over de weg naar Urk wordt vervoerd. Rond de Urker visafslag groeide een enorme visverwerkende industrie en nog steeds telt Urk 130 schepen en 800 vissers. Van een arm eiland zonder toekomst wisten de bewoners zich tot welvaren te ontwikkelen zonder de eigen roots te verloochenen. Omdat Urk per auto bereikbaar werd -de autosnelweg ligt op een kilometer afstand- is het toerisme goed op gang gekomen. In de haven liggen dure jachten en er is een rustig soort vertier. Daarmee hebben de Urkers ook een tweede bron van inkomsten ontdekt.

Frankrijk en Spanje
Terug naar de spiering, het nietige visje dat tot de familie der zalmachtigen behoort. Er bestaan twee soorten van: de zoetwaterspiering die rond Urk wordt gevist en de zogenaamde anadrome spiering die in zee leeft en in zoet water paait. De anadrome soort kan 8 jaar oud en 30 cm lang worden, het visje van Urk wordt maximaal 3 jaar oud en 14 cm lang. Zoetwaterspiering heeft een fisse komkommerachtige geur en draagt een opvallend zilverkleurig streepje op de flank. Hij voedt zich met watervlooien en kleine kreeftachtigen, maar grotere exemplaren durven ook wel kanibaaltje te spelen.
Vroeger werd spiering verwerkt tot vismeel, maar het dappere visje is sinds enige tijd bezig met een come-back. Schipper Paulus: "Het overgrote deel is voor export bestemd. Ze worden per stuk ingevroren en komen vooral in Franse en Spaanse restaurants terecht. Daar schijnt de spiering een delicatesse te zijn...". De spiering wordt niet, zoals andere vissoorten, over de klok geveild, tussen vissers en afnemers geldt een vooraf afgesproken kiloprijs.

«

7-4-2008 @ 15:48