
Van Cabecou tot Rocamadour
Lang voordat de AOC status verscheen, in het begin van de 20ste eeuw, werd Cabecou met de melk van geiten, schapen en soms zelfs koeien gemaakt, dit afhankelijk van de seizoenen. Het type flora en de steile helling waren echter vooral toegankelijk voor geiten. Vandaag is hun melk de enige component van de Cabecou. Voor de AOC Rocamadour zijn twee rassen toegestaan: de Alpine en de Saanen. Een andere voorwaarde is de voeding. Minimaal 80 % van de foerage moet afkomstig zijn uit de aangeduide geografische zone. Deze dekt het gehele departement Lot, een gedeelte van Tarn-et-Garonne met als zuidoostelijk grensdorp Caylus, verder de departementen Aveyron met Villeneuve als grens en een gedeelte van Corrèze en Dordogne. Dit gigantisch oppervlak doet ons al meteen vermoeden dat het niet om één maar om meerdere types Rocamadour moet gaan. Een logisch gevolg is dat tal van boeren een hekel aan de naam "Rocamadour" hebben, een naam die kennelijk door Parijs is bedacht. Ze hebben er geen affiniteit mee. Dus wensen ze die naam niet te gebruiken en houden ze zich aan Cabecou.
Boeren of astronauten?
Ons eerste kaasbezoek is door de Noord-Franse topaffineur Philippe Olivier gearrangeerd. Het betreft "Les Fermiers du Rocamadour", een coöperatie die 25 producenten binnen de appellation groepeert. Wanneer we door het indrukwekkende landschap hebben gereden, bezorgt de aanblik van de boerderij, in het buitengebied van Rocamadour, ons een kater. Het woord "authenticiteit" slaat alleen op de kaas, niet op de huisvesting. Het is een nieuw gebouw, half van hout, half van plastic, omgeven door een megalomane parking met aangelegde bloemperkjes. Binnen zien we mensen in astronautenpakken, iets wat we de boeren niet kwalijk nemen, zij hebben de Europese regeltjes niet bedacht. De boeren moeten hun kaas landelijk en zelfs internationaal kunnen verkopen, de authenticiteit wordt slechts gegarandeerd door het gebruik van rauwe melk. Later, zodra we met de geiten in contact komen, zal onze stemming weer iets veranderen. De bories, de typische ronde stenen herdershuisjes die her en der in het landschap zijn rondgestrooid, lijken vooralsnog echter héél ver weg. Of zouden ze speciaal gebouwd zijn voor de Nikon's van de toeristen?
In de laboratoriumboerderij zien we kleine kaasjes van ongeveer 60 mm diameter, een dikte van 16 mm en met een gewicht van 35 gram. Hoe worden die gemaakt? De eerste avondmelk wordt geënt en gedurende 12 uren op een temperatuur van 12°C gehouden. Na het toevoegen van de ochtendmelk en het stremsel laat men de melkplas gedurende 24 uur op 21°C rusten. De wrongel die daaruit ontstaat, wordt in hangende zakken uitgelekt, iets wat afhankelijk van boer en seizoen 24 tot 48 uur kan duren. Boer Emmanuel die ons rondleidt, legt uit dat hier een verschil in droge stof kan ontstaan. Hij laat uitlekken tot 32% droge stof, sommige boeren gaan zelfs tot 39 of 40%. De wrongel wordt hier niet gesneden maar in een trog gekneed. Vervolgens wordt de massa met de hand uitgegoten in standaardmallen. Destijds, toen de kaas nog van schapenmelk werd gemaakt, moeleerde men de wrongel nog met een lepel. Terug naar het heden. De kaasjes worden met fijn zout bestrooid en gedurende 2 dagen bewaard bij een vochthalte van 95% en een temperatuur van 15°C. Daarna worden ze naar de halloir gebracht waar ze minimaal vier dagen onder een temperatuur van 12 °C met een vochthalte van 98% kunnen rijpen. De kaasjes moeten in totaal zes dagen gerijpt hebben om van het AOC predikaat te kunnen genieten. Maar afhankelijk van de klantenwensen kan dat oplopen tot tien dagen.
Boer of artisanaal
Zoals gezegd zijn er twee geitenrassen toegestaan. Emmanuel, terug op de land van zijn ouders, heeft gekozen voor de Alpine. Volgens hem geeft die betere melk. In hetzelfde gebouw, maar uiteraard goed afgeschermd, zien we de 160 dieren op stal staan. In de Borie d’Imbert geeft een geit ongeveer 650 liter melk per jaar. Dat is een veel lagere produktie dan die bij de boeren die hun dieren speciale voedingsgranen geven. Emmanuel vindt echter dat de natuur zijn eigen weg moet gaan. Zo ook mogen de geiten zelf kiezen wanneer ze naar buiten gaan. En terug in de stal mogen ze zelf kiezen waar, in welke lot en met welke bok ze willen overnachten. Met 40 geiten en twee bokken per lot komen er 25 tot 30 elke keer weer in dezelfde groep terug. Geiten hebben nu eenmaal een groot familiegevoel en zijn verknocht aan hun eigen bok. Op stal worden ze met verschillende soorten foerage en granen gevoederd. Maar tijdens hun dagelijkse wandeling in de vroege ochtend kunnen ze genieten van rupsklaver, witte klaver, ray grass en van hun lievelingssnoepje: de bladen van de wilde kornoelje, een boompje dat specifiek op kalk groeit. Volgens de AOC voorschriften mogen er niet meer dan 10 geiten per hectare rondlopen.
Een goede Rocamadour heeft een smaak van boter en hazelnoot en een mooie crème onder de huid, die hier piaulage wordt genoemd. De kaashuid moet gestreept zijn en het hart zacht. De vorm moet mooi rond zijn. Het AOC degustatiecommité heeft in totaal 20 punten te verdelen, waarvan 3 voor het uitzicht, 2 voor de geur, 5 voor de textuur et 10 punten voor de flaveur, waarmee zowel de smaak, het aroma als de zoutbalans wordt bedoeld. Een Rocamadour mag absoluut niet te bitter of te zuur zijn. Hij moet tenminste 5 punten op 10 aan flaveur scoren en heeft minimaal 10 punten op 20 nodig om de AOC te kunnen voeren. Roacamadour telt momenteel 35 producenten die tezamen goed zijn voor 700 ton kaas per jaar. Maar let op! Op het etiket staat iets dat een groot verschil kan maken. Wanneer er fermier op staat, betekent het dat de kaas is gemaakt op de boerderij. De aanduiding artisanal wil zeggen dat de kaasmaker zijn melk ergens anders koopt, dus misschien van multinationale proporties kan zijn.
11-8-2008 @ 09:12


© 2004-2010 SLiM DESiGN | Hosting Brothers