
We bevinden ons in een uitgestrekt landschap van vergezichten, schapen, koeien en slootjes met kleine bruggetjes die naar monumentale boerderijen leiden. Plaatsnamen als Abbekerk, Midwoud, Sijbekarspel en Twisk verraden dat we in een gebied zitten waar vele mooie ambachtelijke produkten vandaan komen. Eén van die produkten is een bijzonder aardappeltje.
Als gids hebben we een Ami Saisonnier die midden in dit gebied gevestigd is, een natuurmens die als geen ander weet waar hij de mooiste produkten uit het Hollandse land kan halen. Een aardappeltje uit de eigen streek is in de zomermaanden dan ook altijd vertegenwoordigd op zijn kaart. We rijden het plaatsje Opperdoes binnen, een gehucht waar iedere vierkante meter wordt benut met akkers. Tot onze verbazing zien we niet alleen aardappelplanten, maar ook een hoop kool staan. Dirk Klaver, teler uit Opperdoes, heeft er een logische verklaring voor. Aardappelmoeheid. Wil je de akker gezond houden, dan moet je aan vruchtwisseling doen. Kool is hiervoor een heel goede oplossing. Wat is er zo bijzonder aan het aardappeltje van Opperdoes? Laat ons eerst eens met de geschiedenis beginnen. De zavelige grond in dit gebied is altijd al goed geweest voor piepers. Meneer Sluis, een kweker van zo’n 145 jaar geleden, teelde de bekende rassen. Ineens zag hij tussen zijn andere planten een plant die opviel door het groene loof dat uitschoot. Hij noemde deze plant die bijzonder mooie aardappelen gaf Negenwekers, een naam die staat voor de tijd tussen het poten en het rooien. Alhoewel 'negen weken' door het veranderde klimaat niet meer helemaal opgaat, is het nog vrijwel dezelfde plant en kan deze nog steeds in een relatief korte periode goede aardappelen voortbrengen. In de laatste week van maart worden de jonge knollen gepoot. Om het ras en de origine te beschermen, wordt hiervoor uitsluitend pootgoed van de coöperatie gebruikt. De poters komen van twee telers die helemaal apart liggen van alle andere aardappelvelden. Dit om te zorgen dat er nooit enige infectie of iets dergelijks over kan gaan. Ondanks dat de aardappelen sterk zijn, moet er wel gespoten worden tegen de aardappelziekte. De pootpiepers worden machinaal geplant. Bij een gemiddelde temperatuur van 16-17ºC in een niet te natte tijd gedijen ze het beste. We kunnen de Opperdoezer herkennen aan zijn dunne tere schilletje waar vaak wat bruine vlekken op te zien zijn en de diepe ogen. Het tere schilletje is de reden dat het rooien nog steeds voor een groot deel handwerk is. Met een tractor waaraan een soort van schep is bevestigd, worden de planten losgehaald waarbij ze wel nog onder de aarde blijven om ze te beschermen tegen de zon. De jonge vakantiewerkers die voor het rooien zijn aangesteld, nemen altijd twee kisten met zich mee en doen op deze manier twee rijen tegelijk. De aardappelen worden op het veld al gesorteerd in groot en klein formaat. Werd er tot een jaar geleden altijd met kisten van twintig kilo gewerkt, de strenge eisen van de Arbo-wet schrijven nu kleinere kisten voor. De coöperatie werkt voor een groot deel samen met The Greenery die de verspreiding voor haar rekening neemt, ook levert Dirk aan de Groene Hoed. Aan huis verkopen doet hij niet meer. Dirk: “We hebben dit wel gedaan, maar er zijn hier zoveel mensen die de Opperdoezers verkopen, dat consumenten bij iedere boer langsgaan om de prijzen te vergelijken en ze willen echt voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Of ze willen eerst een kilo proeven, je kent dat wel. Nu zet ik het gewoon af bij de coöperatie en bij de Groene Hoed, dat scheelt een hoop sores.”
BOB
Het blijft dus een hoop handwerk en handjes zijn duur, vandaar dat steeds minder boeren nog doorgaan met hun aardappelen. Waren er enkele decennia geleden nog meer dan honderd telers, anno 2006 telt het dorpje in de gemeente Noorder-Koggenland nog maar 35 telers. Vanaf half mei komen de eerste Opperdoezers op de markt, dit betreft dan wel vaak aardappelen uit tunnels of uit kassen. Dirk kiest hier niet voor, hij wil alleen aardappelen van de volle grond, hetgeen betekent dat hij pas half juni de eerste aardappelen oogst. Opperdoezers zijn seizoensaardappelen, ze dienen binnen drie maanden gegeten te worden, anders wordt de schil dikker en worden ze bloemiger. Het zijn vastkokende aardappelen met een laag zetmeelgehalte. De bijzondere plant en typische grond zorgen voor de eigen smaak en eigenschappen. Dat resulteerde in 1996 in een beschermde oorsprongsbenaming, kortweg BOB, zeg maar een AOC. Het wil zeggen dat er alleen met pootgoed van de coöperatie mag worden gewerkt en al het spuiten dient te worden geregistreerd. Wanneer Dirk wil gaan rooien, dient hij dit aan te vragen en zijn boekhouding te overleggen. Dan pas wordt zijn oogst vrijgegeven. Iedere akker en boer heeft zijn eigen codenummers, waardoor tot in de winkel is terug te gaan waar welke aardappel vandaan komt. We zitten inmiddels bij Dirk op het terras en ook zijn vrouw is bij ons komen zitten. Ze vertelt dat nog steeds een hoop mensen deze aardappel niet kennen. “Toen we nog aan huis verkochten, kwam er een man een kistje halen. Hij vroeg ons hoeveel wielrenners er die dag meededen. We snapten er niets van, maar hij had op borden Opperdoezer Ronde zien staan, niet wetende dat dat de naam van onze trots is.” We gaan straks terug naar het met een bib gourmand bekroonde Heerenhuis waar Toon zal laten zien wat er culinair mogelijk is met deze aardappel, maar we willen ook weten hoe de boeren hun oogappel het liefst eten. Dirk: “We wassen ze en koken ze in de schil. Na het koken wordt de pel verwijderd en prakken we ze eventueel met een vork. Hierbij wordt gesmolten boter geserveerd. Voor ons hoeft er dan verder niets meer bij, behalve misschien een frisse salade. Zo puur gegeten is de beste manier om ze te proeven.” Klaver vertelt dat hij zelfs kan proeven van welke akker of uit welke hoek van het dorp de aardappel komt en hoe laat deze geoogst is. Laten we hem maar aardappoloog noemen.
Toon's keuken
In het door Unesco beschermde dorp Middenbeemster duikt Toon meteen zijn keuken in om het lieve aardappeltje te verwerken. Toon: “Deze aardappel laat zich als iedere aardappel voor vele bereidingen gebruiken. Alleen kun je hier de schil goed laten zitten, doordat het zo’n jonge aardappel is. De smaak is vele malen mooier dan die van een doorsnee aardappel, dus je kunt hem veel meer op de voorgrond plaatsen in een gerecht. Bovendien is het een produkt hier uit de streek, als Ami Saisonnier zou ik gek zijn om daar niet graag mee te willen werken.”
«7-4-2008 @ 11:46


© 2004-2010 SLiM DESiGN | Hosting Brothers