Winter 2005/2006
Bezem door de media
Toen ik kok was, las ik al heel veel Franse vakbladen en sinds ik schrijf, is dat niet veranderd. Wel merk ik dat in de loop der tijd de toon veranderd is. Het oorspronkelijke enthousiasme van de journalisten heeft plaats gemaakt voor arrogantie en luiheid. Wat is er mooier dan vandaag iemand op te hemelen om die morgen de grond in te stampen. Het publiek leest alles gretig en de duim van de journalist-keizer omhoog of omlaag heeft grote gevolgen voor de omzet en reputatie van een restaurant. Waar is de gezamenlijke passie voor het koken gebleven? Volgens mij heeft dat alles te maken met de onkunde van de tegenwoordige journalistiek. Kritiek hebben is ieders goed recht, kritiek is bovendien belangrijk voor de ontwikkeling van het vak. Wanneer je kritiek levert, moet je weten waarover je praat. Om als journalist kritiek te hebben, moet je deskundig zijn en verantwoordelijkheidsgevoel hebben. Ik houd niet van kritiek wanneer die bestaat uit het schrijven van grappige teksten om een publiek te amuseren. Ik houd er niet van om succes te hebben over de rug van een ander.
Toen Norbert me wat jaartjes geleden vroeg om het fornuis voor een laptop te verruilen, dacht ik diep na over het vak culinair journalist. De conclusie kon ik in vijf woorden samenvatten: integriteit, kennis van zaken, respect, zorgvuldigheid en research. Elke dag opnieuw zijn dat voor mij de basisbeginselen. Maar als ik dan naar de Franse media kijk, moet ik lachen.
Ik moet lachen bij het woord research wanneer ik lees dat creaties op basis van bombecs (snoepjes) een nieuwe Parijse uitvinding zijn? Marc Meurin (een tweesterrenchef, dus niet onbekend) doet dat in Béthune al meer dan tien jaar en we publiceerden dat uitvoerig in Saisonnier.
Ik moet lachen bij het woord zorgvuldigheid wanneer ik zie dat er voor de Franse pers twee afzonderlijke landen bestaan: Parijs en de rest van Frankrijk. De journalisten draaien rond hun eigen kerktoren, buiten Parijs komen ze niet. Alain Ducasse heeft het initiatief genomen om vergeten jonge chefs van het platteland naar Parijs te halen, om ze voor te stellen aan de pers die niet naar het platteland wil komen. Alleen al het feit dat hij dit moet doen, is te gek voor woorden.
Ik moet lachen bij het woord integriteit wanneer ik zie dat journalisten zich overvloedig laten fêteren, twee nachten in een luxe suite doorbrengen om een klein verhaaltje te maken en de autosleutels afgeven ten teken dat er een paar kistjes wijn in de kofferruimte mogen worden gezet.
De Parijse journalistiek gedraagt zich als door een wesp gestoken wanneer ze in Amerikaanse en Spaanse bladen lezen dat Frankrijk achteruit boert, dat er geen talenten meer zijn. Natuurlijk zijn er geen talenten wanneer je niet de moeite doet om ze te vinden. Wij van Saisonnier ontdekken talenten in overvloed, maar beseffen ook dat Frankrijk het land van de terroirs en de tradities is. Dat is een kracht van het land waar alle andere landen jaloers op zijn. Aan de faktor terroir en traditie wordt door de pers echter niets gedaan. Liever kijkt men naar de buren om er boos op te worden.
Men heeft jonge chefs bang gemaakt om zich aan tradition en terroir te verbinden. Want hoe moeten die zich gedragen tegenover schrijvers die dat als vieze woorden beschouwen en dus geen notie van hun eigen land hebben? Jonge chefs worden een oorlog ingeduwd van een soort creativiteit die ze niet willen. Ik moet lachen bij het woord respect als ik dit alles overdenk.
Nog één woord heb ik niet besproken: kennis van zaken. Maar daarvoor heb ik minstens een pagina nodig, dus dat is voor een andere keer. Het wordt tijd dat er een bezem door de media wordt gehaald.
«5-10-2010 @ 10:05