
Het zwaarste moment
Toen we Saisonnier begonnen, nam ik me voor om een Culinaire Adviesraad in te stellen. Daarvoor zocht ik 'de moelijkste mensen uit het vak', want ik wilde dat ze op me gingen schieten. De adviesraad zou een panel moeten zijn dat het blad meer kwaliteit zou geven. Een der eerste leden die ik kon strikken, was Felix Alen. Deze voormalige kok van de Belgische koning heeft de reputatie geen blad voor de mond te nemen. Toen de allereerste Saisonnier gedrukt was, had ik een euforisch gevoel. Aan de uitgave had ik een jaar gewerkt, hij zag er prachtig uit. Vol trots ging ik ermee naar Felix. Enkele uren later zat ik weer in de auto, zonder euforisch gevoel, maar met een grote kater. Het huilen stond me nader dan het lachen. Felix had geen spaan heel gelaten van mijn tijdschrift. Hij had wel vijftig kritiekpunten en het ergste van alles was, dat hij gelijk had. Hoe kan je fier zijn op pagina x, wanneer pagina y bullshit is? Tegen de tijd dat ik weer thuis arriveerde, was de aanvankelijke woede al omgezet in een tomeloze energie. Over drie maanden zou ik die lullige Felix eens laten zien... Inmiddels zijn die lullige Felix en ik echte vrienden geworden. Af en toe praten we nog wel eens over het moment van toen. Ik ben hem eeuwig dankbaar dat hij toen zo lastig was.
Een nòg zwaarder moment
Juni 1999, vanmiddag zal drukkerij Continental Printing de nieuwe Saisonnier komen brengen. Het is uitgave nummer 13. Diverse mensen hadden me geadviseerd om dit nummer over te slaan, want het zou ongeluk brengen. Zoals de meeste hotels geen kamer 13 hebben. Allemaal bijgeloof en apekool. Bij het drukken is niets verkeerd gegaan, alles ging van een leien dakje.Zodra de vrachtwagen arriveert, haal ik zoals altijd supernieuwsgierig een kersvers exemplaar uit de doos. Wanneer ik het blad open, valt het uit elkaar: de rug is niet goed gelijmd. Ik neem een volgend exemplaar uit de doos: precies hetzelfde probleem. In andere dozen tref ik hetzelfde euvel aan. Een poosje later belt een Ami Saisonnier om te zeggen dat hij de nieuwe bladen ontvangen heeft, de pagina's vallen eruit. En nòg een Ami belt. Het is duidelijk dat we diep in de problemen zitten. Carine en ik inventariseren de misère. Zo'n zesduizend exemplaren zijn direkt vanuit de drukkerij op de post gegaan. En ook de distributie van zo'n vierduizend bladen naar Les Amis Saisonnier is al gebeurd. Dit weekend zullen we alle partijen bij de Amis terughalen, dat is een kwestie van veel kilometers. Maar de postbode kunnen we niet terugroepen, daar is het te laat voor. We weten dus dat alle abonnees aanstaande maandag een slecht ingebonden Saisonnier in de bus zullen krijgen, een wetenschap die ons enorm pijn doet. Er zit niets anders op, zo overwegen we, dan aan de abonnees een brief te schrijven, waarin we onze excuses aanbieden en waarin we hen voorstellen om het blad op onze kosten aan ons te retourneren en te vervangen. Snel laten we bij een kopieercentrale de zesduizend brieven maken. Ik sta erop, elke brief afzonderlijk van een handtekening te voorzien. Terwijl Carine het hele weekend de Benelux doorkruist en partijen ophaalt, zet ik zesduizend handtekeningen, vouw zesduizend brieven, vul zesduizend enveloppes en plak zesduizend postzegels.Enkele dagen later staat de telefoon roodgloeiend. De ene abonnee belt om te zeggen dat zijn blad uit elkaar valt, de andere abonnee heeft zojuist de brief ontvangen en wenst ons sterkte. Zo komen er vele honderden telefoontjes binnen.Intussen is op maandagochtend uiteraard de drukkerij gecontacteerd, want het probleem moet worden opgelost. Bij de drukkerij haalt men aanvankelijk de schouders op. We maken ons veel te druk, zo vindt men. "Er valt wel eens vaker een drukwerkje uit elkaar, je moet daar niet te moeilijk over doen". Die houding maakt ons woest. Zó woest dat ze bij de drukkerij bang van ons worden en ons probleem inderdaad als een probleem gaan beschouwen. We komen overeen dat alle geretourneerde bladen opnieuw zullen worden ingebonden. Dat wil zeggen dat ze allemaal handmatig uit elkaar moeten worden gehaald en dat de omslag opnieuw gedrukt moet worden. Na het opnieuw inbinden en bijsnijden zal het blad een beetje kleiner zijn dan normaal. Twee weken later is de drukkerij met deze klus klaar en kunnen we het resultaat zien. Weer moeten we schrikken. De bladen zijn bijna een centimeter kleiner geworden (wanneer u een nummer 13 op de plank hebt liggen, kunt u dat zelf constateren). Maar vooral zijn de pagina's schots en scheef ingebonden, sommige pagina's steken zo'n anderhalve centimeter uit de kaft. We zijn ontevreden, maar de drukkerij wil verder geen stap meer zetten. Het blijkt technisch ook onmogelijk om dit nieuwe probleem machinaal op te lossen. Bovendien, een tijdschrift is een tijdschrift, dus staan we onder tijdsdruk. Carine en ik houden weer crisisberaad. We hebben duidelijk het gevoel dat ons faillissement nadert. Kunnen we dit probleem overleven? Met de moed der wanhoop maken we een nieuw aktieplan. We kopen een kleine papiersnijder en gaan de pagina's van elk afzonderlijk blad bijsnijden. Van zo'n achtduizend bladen. De eerste 240 bijgesneden magazines laadt Carine in de auto om daarmee de eerste twee Amis Saisonnier te bevoorraden. Op het moment dat ze terugkomt, heb ik weer 240 stuks klaar. De hele nacht gaan we zo door. 's Ochtends zie ik de buren met hun kinderen in de auto stappen voor een dagje strand, het is warm zomerweer. Terwijl ik aan het snijden ben, zie ik de buren weer terugkomen van het strand. Ik zie het donker worden, ik zie het licht worden. Carine rijdt heel Vlaanderen en Nederland door om telkens weer andere Amis van bladen te voorzien. Ze slaapt die nacht twee uur, terwijl ik doorwerk. De volgende ochtend, het is zondag, zie ik de buren met hun kinderen weer in de auto stappen voor nog een dagje strand. 's Avonds zie ik ze weer terugkomen. Ik zie het donker worden, ik zie het licht worden. Op maandagochtend, ik ben op dat moment zo'n zestig uur non stop in touw, gebeurt een ongelukje uit vermoeidheid: ik snijd een stukje van mijn duim af en bloed als een rund. Maar in elk geval hebben alle Amis inmiddels hun bladen ontvangen en kan alvast een gedeelte op de post naar de abonnees.Af en toe praten Carine en ik nog wel eens over deze dagen. We hebben die episode overleefd en het geval heeft van ons een nòg hechter team gemaakt. Drukkerij Continental Printing ging enige tijd na dit voorval failliet. Wij niet.Het uit elkaar vallen kan sindsdien niet meer gebeuren, want tegenwoordig wordt Saisonnier met linnen ingebonden. Dat kost wel veel extra, maar dat voelen we als een verzekeringspremie.
Het spannendste moment
Medio 2000, de produktie van een nieuwe Saisonnier is in volle gang, krijgen we een telefoontje van drukkerij Continental Printing. Het blijkt dat de drukkerij op de rand van het faillissement staat en de rechtbank heeft een bewindvoerder aangesteld. Het bedrijf is sinds vanochtend bezet door de vakbonden en er wordt niet meer gedrukt. En Saisonnier dan? "Wel", zo wordt gezegd, "die wordt dus niet gedrukt".Het enige wat we kunnen doen, is de films ophalen en een andere drukkerij zoeken, nietwaar? Inderdaad niet waar. De bewindvoerder wil ons onze materialen niet geven. "Er gaat niets de deur uit, voordat ik de situatie overzie", zegt hij. "En dat gaat minimaal enkele weken duren", zo voegt hij eraan toe. We leggen telefonisch contact met een bevriende drukker, een der bezetters van het bedrijf. Hij kan ons helaas niet helpen, zegt hij. Weet hij waar onze materialen liggen? Ja, dat weet hij. Maar hij mag er niet aankomen en trouwens, de poorten van de drukkerij worden streng door een vakbondspiket bewaakt. Tijd voor aktie, zoals in een film van James Bond. 's Nachts om half vier klim ik over het hek van de drukkerij, op het moment dat de aandacht is verslapt. Door een openstaand raampje wring ik me naar binnen. De pakweg honderd meter totaan de plaats waar onze materialen liggen, lijkt een afstand van kilometers. Enkele keren moet ik me ergens verstoppen, onder een bureau of achter een stapel papier. Twee uur later sta ik weer aan de andere kant van het hek. Mét alle materialen. We kunnen weer verder.
Het mooiste moment
Het is moeilijk om uit een periode van tien jaar het mooiste moment te kiezen, er zijn immers duizenden mooiste momenten geweest. Toch steekt één moment boven alles uit.Het is vrijdagochtend en ik stap op het vliegtuig naar Helsinki om er een reportage te doen. Eenmaal in die stad aangekomen, blijkt het hotel van geen reportage te weten. Het moet een misverstand zijn. Ik probeer naar kantoor te bellen, maar krijg telkens geen antwoord en ook de mobieltjes van de medewerkers werken niet. Er zit niets anders op dan woest te wachten op maandagochtend, want dan is de terugreis voorzien. Nu blijkt dit weekend geen straf, want in het restaurant van het hotel serveert men een zeldzaam voorgerecht: een uitgeholde gekookte aardappel met zure room en veel kaviaar, dit voor 12 euro. In twee dagen tijd eet ik een stuk of acht voorgerechten, allemaal dezelfde.Wanneer ik die maandag geïrriteerd en boos op Zaventem land, word ik door twee Rijkswachters meegenomen. Heeft er iemand drugs in mijn bagage gestopt of zoiets? Ik weet het niet, maar de zwijgende Rijkswachters maken me uiteraard onzeker. Plotseling, voordat ik het goed en wel besef, heeft men me in een helikopter geduwd en stijgen we op. We vliegen boven de snelweg van Brussel naar Antwerpen en ik herken vanuit de lucht de dorpen, steden en gebouwen. Brengen ze gevangenen tegenwoordig per helikopter naar de cel? Kijk, daar ligt zelfs Oelegem. De piloot besluit om een rondje over Oelegem te vliegen, ver beneden me herken ik ons kantoor. Wil de piloot een stukje lager gaan? Ja, dat wil hij wel. Naast het kantoor zie ik een grote witte vlek. Wanneer we verder dalen, blijkt dat een enorme feesttent te zijn. De heli landt en honderden mensen staan me op te wachten. Een straatorkestje speelt een vrolijk deuntje. In de menigte herken ik steeds meer mensen, zelfs mijn moeder is er. Opeens besef ik wat er aan de hand is: ik ben vandaag vijftig jaar geworden. Vrienden van heinde en verre, van Zuid-Frankrijk totaan Friesland, zijn gekomen om het feest mee te vieren. Het wordt een dag, een avond en een nacht om nóóit meer te vergeten! Maar Carine en de anderen, ik waarschuw jullie: lap me dat van die Rijkswachters nooit weer!
Het meest bizarre moment
Als culinair journalist zijn er bizarre momenten in overvloed. Zo kan het gebeuren dat je 's middags in een driesterrentent luncht en 's avonds aan een frietkraam eet. Of het kan gebeuren dat je de ene nacht in een der duurste hotels ter wereld slaapt en de volgende nacht op de achterbank van je auto doorbrengt. Mijn persoonlijke meest bizarre moment speelt zich op twee plaatsen af: in een ziekenhuis en in een hotel.Zo eens in de twee jaar heb ik een niersteen. Vorige week was ik enkele dagen in het ziekenhuis en heeft men zo'n ding vergruisd. Het probleem is kennelijk nog niet voorbij, want 's avonds krijg ik een niercrisis en wordt weer in het ziekenhuis opgenomen. Daar constateert men dat ik inderdaad nog een steen moet hebben, een hele grote zelfs, die mijn ureter (het buisje tussen de nieren en de blaas) blokkeert. Het vocht hoopt zich op in mijn nieren en kan niet weg. Het gevolg is dat de nieren zwellen, iets dat gigantisch veel pijn doet. De dokter brengt me in slaap en opereert me. Wanneer ik weer wakker wordt, lig ik op de intensive care. Naast me ligt een nonnetje, rond haar bed zijn andere nonnetjes aan het bidden. Een verpleegster legt me uit waarom ik hier lig. Bij het verwijderen van de niersteen is mijn ureter kapot gegaan. Men heeft een tijdelijke bypass aangelegd. Ik word nu streng bewaakt, want als er in dit stadium iets fout gaat, gaat het ècht fout. Gelukkig, dankzij de ruggeprik voel ik niets.Wanneer Carine op bezoek komt, bespreken we een groot probleem. Op dit moment zitten we daags voor de deadline en er moet nog onnoemelijk veel gebeuren op redaktioneel vlak. En helaas, bij ons ben ik (op dat moment) nu eenmaal de enige redakteur, de enige lay-out man en de enige eindredakteur. Ik vraag Carine dus om mijn laptop op te halen en enkele uren later lig ik de laatste teksten te schrijven. Het nonnetje is inmiddels gaan hemelen, dus is het wat rustiger geworden rond me. Ik kan nu lekker geconcentreerd doorwerken. De volgende ochtend ben ik zo goed als klaar met de redaktie. De verpleegster ontdekt het geheim dat ik telkens onder de lakens verstop, ze haalt er een dokter bij en de laptop wordt in beslag genomen. De nieuwe Saisonnier is echter niet in gevaar gekomen. Tevreden val ik in een diepe slaap.Op zich is dit verhaal al bizar genoeg, maar het is nog niet afgelopen. Ongeveer een week later, het is vier uur 's middags, is de bypass verwijderd en word ik uit het ziekenhuis ontslagen. Volgens de agenda moet ik vanavond om zeven uur in 't Convent zijn, om er te dineren met Rudi De Volder en Jean Berquin. Dus stap ik meteen in de auto en rijd naar Reninge, in de Westhoek. De avond is gezellig en er worden diverse zéér goede flessen opengetrokken. Dat ik enkele uren geleden nog op de intensive care lag, ben ik allang weer vergeten. Wat ik niet besef, is dat mijn blaas zich voor de eerste keer sinds langere tijd vult. 's Nachts, op een van de befaamde hotelkamers van 't Convent, strijd ik een strijd op leven en dood. De ureter blijkt niet helemaal genezen, door de druk op mijn blaas is urine mijn buik binnengedrongen. De pijn is dermate hevig dat ik verlamd ben. Zelfs ben ik niet in staat om de telefoon te nemen of om gewoon om hulp te roepen. In een der meest luxueuze hotelkamers van Europa breng ik de nacht door op de grond. Tegen de morgen trekt het probleem langzaam weg. Even later, aan de balie, vraagt men me of ik goed geslapen heb. "Ja prima", lieg ik. Over sommige dingen kan je beter zwijgen.
Het slaperigste moment
Een niercrisis, met alle perikelen daarrond, is uiteraard pijnlijk. Maar ook zijn er momenten die vooral mentaal pijnlijk zijn.De eerste vier jaren van Saisonnier waren de zwaarste. Carine en ik hadden namelijk geen personeel, zelfs geen free lance medewerkers. Alles deden we zelf. Carine zette een abonnementensysteem op, deed de boekhouding, speelde telefoniste en koffiejuffrouw en onderhield de contacten met de buitenwereld. Ikzelf deed de volledige produktie. Dat wil zeggen op reportage gaan, de teksten schrijven, de foto's maken, de lay-out ontwerpen en ter controle bij de drukpers staan. Het waren lange werkdagen, op het kantoor stond een tweezitsbank waarop ik af en toe enkele uurtjes sliep. Werkweken van 110 tot zelfs 120 uur, en dat 52 weken per jaar, waren doodnormaal. Naast onze produktietaken hadden Carine en ik ook nog andere bezigheden, want we deden mee aan vakbeurzen. Dat waren altijd zeer enerverende weken. Overdag was er de grote beursdrukte, 's avonds ging het normale werk door. Af en toe sliepen we om beurten een uurtje onder de tafel op onze beursstand. "Is Norbert er vandaag niet?", hoorde je dan zeggen, een halve meter boven je. We hebben onze slaapplaats altijd redelijk goed geheim kunnen houden.Op een avond, we hadden onze beursstand op Horeca Expo Gent afgebroken, reden we oververmoeid naar huis. Vlak bij Antwerpen, aan de Kennedy-tunnel, was een file en moesten we dus aanschuiven. Wat er verder gebeurde en hoe lang het duurde, weten we niet. Maar plotseling schrokken we allebei wakker van de radio. Die meldde dat er in de buurt van de Kennedy-tunnel een obstakel op het middelste rijvak stond. Dat obstakel waren wij! In ons gehuurde bestelwagentje waren we in de file in slaap gesukkeld. Toen de file al lang en breed was opgelost, sliepen we nog steeds, terwijl de vrachtwagens ons links en rechts voorbijraasden.
Het informeelste moment
De Nederlandse Minister van Landbouw en zijn Secretaris-Generaal hadden ons op hun kantoor ontboden om over Saisonnier te spreken. Dat is iets wat je niet alle dagen meemaakt, dus Harry, Carine en ik hadden onze beste kleren aangetrokken en waren op weg naar Den Haag gegaan. Harry reed destijds met de Citroën Jumpy en Carine en ik hadden een auto met slechts twee zitplaatsen. Onderweg bleek dat Harry één autopasje had gekregen, we mochten dus met slechts één vehikel het ministerie binnenrijden. Er zat niets anders op dan met z'n drieën in de Jumpy te stappen, ik in de bagageruimte. Harry reed het vrachtwagentje tot pal voor de hoofdingang en toevallig stond de minister daar met iemand te praten. "Meneer Koreman is er niet bij?", hoorde ik hem opmerken. "Jawel", zei Harry en deed de grote schuifdeur open. Daar zat ik, in mijn zondagse kleren op een deken. Nooit heb ik een minister zó verbaasd zien kijken.
Het erop of eronder moment
Toen we Saisonnier startten, hadden we gezorgd voor een gezonde financiële structuur. Uit het ondernemingsplan dat ik had gemaakt, bleek dat we stevig in de rode cijfers zouden komen, voordat de eerste kleine winst zou ontstaan. Dat bedrag hadden we gereserveerd. Maar helaas, op de een of andere manier klopte het businessplan niet helemaal, want na een jaar of drie was het geld helemaal op, terwijl er nog geen uitzicht op winst was. Gelukkig gebeurde dat in een tijd dat de huizenprijzen enorm stegen, dus was de bank bereid om ons een flinke hypotheek te verschaffen. Maar ook dat bood geen soelaas. De advertentieomzet en het aantal abonnees bleven onvoldoende om te overleven. We hebben echt op het punt van failliet gestaan, want de bank wilde niet nòg eens geld in de bodemloze put stoppen.Juist op het moment dat de bank nee zei, kregen we een aanbieding van een potentiële adverteerder. Deze bekende koffieleverancier wilde de achterpagina van Saisonnier hebben, dit tegen een (voor ons) astronomisch hoog bedrag. Om zijn wens kracht bij te zetten, wilde hij zelfs enkele jaren vooruit betalen. We hadden de bank niet meer nodig! Opgelucht gingen we naar bed, maar van slapen kwam het niet. Al liggend begonnen we te vergaderen. Deden we er goed aan om onze achterpagina weg te geven? We hadden toch ooit afgesproken dat die zwart zou blijven? Urenlang bleven we de voors en tegens tegen elkaar afwegen. Tegen de ochtend stond ons besluit helemaal vast: de achterpagina zou zwart blijven. Nog liever failliet dan een advertentie achterop. Want wanneer we onszelf niet konden bewijzen zonder die ene pagina, waren we het niet waard om uitgever te zijn.Het werden zware weken en maanden. Mijn auto verruilden we voor een piepklein oud toyotaatje starlet of zoiets, zodat we weer iemands faktuur konden betalen. Wanneer de nood het hoogst is, is de redding nabij. Dat gold ook voor ons. Vrij plotseling ging de omzet stijgen, de problemen waren toen snel voorbij.Die probleemperiode ligt inmiddels ver achter ons, maar wanneer het ons een keer financieel tegenzit, wat ook ons overkomt, steken we een Saisonnier in de lucht en wijzen we met onze vinger naar de zwarte achterkant die altijd zwart zal blijven. Die wetenschap geeft moed en verzet bergen.
Het compleetste moment
Achteraf, na tien jaar, tekent zich duidelijk af wat het meest complete moment is geweest: de hele periode van tien jaar. Daarin maakten we àlles mee, negatief en positief. Van een klein tweemanszaakje mochten we uitgroeien tot een uitgeverij die diverse vaktijdschriften en ook boeken produceert. We hebben koks en pâtissiers in dienst, vakmensen die tot redakteur werden gekneed. De afdelingen administratie, verkoop en lay-out lopen op rolletjes. De onderlinge collegialiteit is fantastisch, iedereen werkt hard en klaplopers vind je bij ons niet. We beschikken over een prachtig kantoorgebouw, met daarin een professionele keuken en zelfs een authentiek bruin cafeetje. Het kantoor in Parijs draait overuren, want het succes van de Franse Saisonnier blijft maar groeien. Alles is evenwichtig omdat we helemaal onder aan de ladder begonnen en telkens een stapje zetten wanneer we ons dat konden permitteren.Zijn we nu helemaal klaar? Bij lange na niet, er ligt nog een grote hoeveelheid aan grote en kleine plannen in de kast. De Amerikaanse Saisonnier, uitgave nummer 1, ligt op de plank te wachten op het juiste moment. Na nine-eleven en de drastisch gewjzigde dollar-koers vonden we het beter om even pas op de plaats te maken. In het Zuid-Franse Saint-Pompon is onze culinaire academie in aanbouw. Moeten we de Duitse markt op? Gaan we onze internetboetiek ombouwen tot heuse winkeltjes? De omzet via internet is daar indrukwekkend genoeg voor. Zullen we straks op de nieuwe technieken kunnen inspelen met een eigen tv-zender? Nee, er is nog genoeg te doen. Onze brigade bestaat voornamelijk uit jonge honden. Wanneer ik ooit met pensioen ga, weet ik zeker dat het werk in dezelfde geest zal worden voortgezet. Dat is het belangrijkste wat een man in zijn leven kan bereiken. Het meest complete moment zal er nooit helemaal zijn omdat het moment morgen nog completer zal zijn...
Het meest gastronomische moment
Onze club Les Amis Saisonnier is in Frankrijk zeer gereputeerd. Het lijken vooral twee- en driesterrenchefs te zijn die zich aanmelden. We schrikken er zelfs al niet meer van. Maar toch moeten we even slikken wanneer we een handgeschreven brief ontvangen van niemand minder dan Michel Troisgros luimême. Daarin vraagt de grote chef beleefd of hij in aanmerking komt voor een lidmaatschap. Niet lang daarna stappen Philippe en ik in de auto, op weg naar Roanne. Meteen maken we bij Michel een 'chefsportret'. Wat we in drie dagen op gastronomisch vlak meemaken, grenst aan het ongelooflijke. In hoog tempo komen bereidingen op tafel waarvan we nog nooit hadden durven dromen. Verbluffende technieken worden afgewisseld door de eenvoudigste eenvoud, alles gigantisch mooi op smaak. Mijn besluit staat vast: Michel Troisgros is de enige chef ter wereld waarbij drie sterren niet volstaan. Hij is hors categorie, net zoals de allerhoogste bergen in de Tour de France.
De meest bizarre reportage
Ik zou kunnen schrijven over de spartaanse tocht door het land van La Mancha, op zoek naar saffraan. Na vier volle dagen rijden vonden we uiteindelijk een veldje met de beroemde krokus. Ik zou kunnen schrijven over de nacht aan boord van de kokkelboot, bij windkracht elf op de Waddenzee. Ik zou kunnen schrijven over...De meest bizarre reportage was echter het bezoek aan de ondergrondse van de stad Lille. In de grotten uit de Romeise tijd wonen enkele families die de groente barbe de capucin kweken, de voorloper van ons witloof. De ondergrondse boeren zijn compleet mensenschuw en journalisten hadden ze in de loop van hun leven nog niet gezien. Een twintig meter lange wankele en zéér buigzame aluminium ladder scheidt deze mensen van de buitenwereld. Als ware alpinisten werden we aangekleed om de 'vijandige' grotten te verkennen. Het werd een zeldzame ervaring die gelukkig ook werd meegemaakt door enkele jonge collega's die op dat moment nog aan hun opleiding bezig waren. Later zullen ze er indrukwekkende verhalen over vertellen. Terecht.
De mooiste reportage
De allermooiste reportage die ik in de loop van tien jaar meemaakte, was ongetwijfeld de boottocht op de rivier de Shannon, in Ierland. Om het land goed te leren kennen, besloten Carine en ik om een luxe boot te huren. In de praktijk was dat ding groter dan in de folder, het jacht telde drie badkamers. We waren maar met z'n tweetjes om de kolossale boot te besturen en door tientallen handbediende sluisjes te manoevreren. In Ierland maak je elk kwartier de vier seizoenen mee. Het kan plotseling stormen en hagelen, om vijf minuten later weer te genieten van een stralendblauwe hemel. De oorverdovende stilte en de indrukwekkende sterrenhemel 's nachts, zullen we nooit meer vergeten. Inspirerend, want nooit in ons leven hebben we zóveel gevreeën, wiegend op de kabbelende golfjes. Aan boord leerden we oesters met Guiness degusteren, een veel mooiere combinatie dan met champagne. En we vingen grote vissen, met als klapstuk een snoek van 106 centimeter.
De hoogste berg
In 2000, tijdens het feest ter ere van mijn vijftigste verjaardag, daagde Geurt van Rennes, die een verdienstelijk alpinist is, me publiekelijk uit. Samen zouden we de Mont Blanc beklimmen. Het was inmiddels weer zo'n vijfentwintig jaar geleden dat ik dat had gedaan, nog in de tijd dat ik bij de commando's zat. Toen ik in m'n eentje ging trainen, voelde ik al snel dat de Mont Blanc me zéér veel tijd zou gaan kosten, tè veel tijd. Maar anderzijds ben ik niet gewoon om weddenschappen op te geven. De Mont Blanc, was dat niet de hoogste berg van Frankrijk? En had ik met andere woorden dus gewed dat ik de hoogste berg van Frankrijk zou overwinnen? Ik vond een berg die nòg hoger was: een culinair blad uitbrengen in Frankrijk, in het hol van de leeuw. Ik overlegde met Geurt en hij was akkoord dat we de geest van onze weddenschap wijzigden. Heb ik de weddenschap nu gewonnen? Welnee, dat zal nog wel even duren. Want hoe hoger ik die berg beklim, hoe meer ik erachter kom dat de top nog lang niet in zicht is. In elk geval lijkt de Mont Blanc er een molshoopje bij.
De indrukwekkendste ontmoeting
Op zoektocht in de Schotse hooglanden rijd ik door een grijs dorpje, Meldrum, dat volledig verlaten schijnt te zijn. Nieuwsgierig stap ik uit en loop wat rond. Spookachtig piepen enkele loshangende raamluiken, maar verder is er geen beweging. Dan, plotseling, staat er een oude man voor me in indrukwekkende Schotse kleding. We praten wat en hij vertelt me dat hij hier de enige bewoner is. Vroeger was het dorp levendig geweest. Dat was toen de whisky-stokerij nog volop draaide. Nadat hij als jongeman de stokerij van zijn ouders erfde, had hij nog veel ambities kunnen verwezenlijken. Maar inmiddels was hij op leeftijd geraakt en opvolgers waren er niet. Toen hij ook nog een sluipende ongeneeslijke ziekte bleek te hebben, zat er niets anders op dan het bedrijf te verkopen. De Japanners die de stokerij kochten, hadden snel alles ontmanteld, het bleek hen vooral om de naam te doen: Glen Garioch.De man, Ian genaamd, leidt me trots rond in wat ooit een der mooiste stokerijen van de Highlands zal zijn geweest. De mooiste interieurelementen zijn gesloopt, maar er is nog veel te zien. Na de rondleiding neemt Ian me mee naar zijn huis en laat me diverse whiskies proeven. Zelf ruikt hij alleen, zijn ziekte laat geen drinken toe. Urenlang zit ik met hem te praten, zijn boeiende verhalen brengen het oude dorp weer tot leven. Het wordt buiten donker en ik moet verder. Het afscheid is emotioneel en we omhelzen elkaar. Maar voordat ik de deur uitga, zal alles nog véél emotioneler worden. Ian neemt me mee naar zijn oude kantoor, waar een ouderwetse, gifgroene brandkast staat. Hij draait wat aan de cijfercode en de zware deur gaat open. In de kast staat één klein flesje. De oude man pakt het voorzichtig en legt me uit dat het de allerlaatste halve liter van zijn allerlaatste stook is. Hij overhandigt me het flesje, met de woorden: "Bij jou zal het in goede handen zijn."Wanneer ik een weekje later weer thuis ben, zet ik het flesje bij m'n whisky-verzameling. In de periode daarna word ik er telkens als een magneet naartoe getrokken. Wanneer ik via via verneem dat Ian overleden is, gebeurt er iets ongewoons: ik krijg tranen.De verantwoordelijkheid die Ian me over zijn flesje gaf, weegt op zeker moment te zwaar. Ik besluit om naar Texel te rijden, naar Willem Ham. In zijn café-restaurant 't Kompas, dat in het Guiness Book of Records vermeld staat als hebbende de grootste whisky-verzameling, zal het kleinood beter op zijn plaats zijn. Willem zal het desnoods met zijn leven bewaken, daar ben ik zeker van. En aldus geschiedde. Bent u ooit op Texel, ga dan even naar Willem om het flesje gedag te zeggen. Dit als saluut aan alle producenten die het leven vroeger zo aangenaam maakten.
«15-1-2007 @ 17:28


© 2004-2012 SLiM DESiGN | Hosting Brothers