Herfst 2002
De Orde van Sint-Spoorloos "Met mijn hartelijke gelukwensen gelieve te aanvaarden, zeer geachte Heer en beste Collega, de uitdrukking van mijn beste gevoelens. De Voorzitter". Met deze merkwaardige en gedenkwaardige woorden eindigt een brief die vele Belgische restaurateurs en slagers de afgelopen paar maanden in de bus kregen. De brief werd verstuurd door de "Gastronomische Orde van Sint-Hubertus" en dat klinkt veelbelovend. Hoe meer regels je leest, hoe meer je het gevoel krijgt dat je er ècht bij hoort in deze wereld. "...ingevolge verscheidene aanbevelingen, na het bezoek van een kwaliteits-inspecteur en na goedkeuring door de Raad van de Orde, de Orde van Sint-Hubertus aan uw Huis werd toegekend...".
Wie is die meneer of mevrouw de Voorzitter die zich collega noemt van slager en restaurateur? Op de brief staat geen naam vermeld, alleen een forse handtekening. De Voorzitter orakelt verder: "Het is voor mij ook heel aangenaam U te laten weten dat het bij U tijdens de inspectie meegenomen vleesmonster blijkt na een laboratoriumstudie vrij te zijn van om het even welke verboden of af te raden produkt". Wat is de uiteindelijke bedoeling van de brief? Inderdaad: geld. Dat kan niet anders wanneer uw handel geen af te raden produkten bevat... En ja hoor, door overmaking van 52 euro komt de allergelukkigste restaurateur of beenhouwer in bezit van een "perkament/diploma" alsmede twee "plakaten Hoogstens Aanbevolen Huis". Michelin, GaultMillau en andere gidsen zullen hierbij verbleken, hun reden van bestaansrecht is in één klap weggevaagd. Onwaarschijnlijk, nietwaar? Een telefoontje naar een laboratorium leerde me dat het onderzoeken van een vleesmonster al meer dan 52 euro kost, dus probeerde ik contact te krijgen met de nobele voorzitter. De Orde van Sint-Hubertus vermeldt op zijn briefpapier geen telefoonnummer, wèl een postbusadres in de Brusselse Louisalaan op de zoveel- en zoveelste etage. De brief die ik naar dat glossy adres stuurde, werd mij door de dappere mannen van de Post onverwijld retourgebracht wegens onbekend adres. Ik vermoed dat alleen het vermelde nummer van 'voorzitters bankrekening moet kloppen. De Voorzitter is (toen hij nog geen Voorzitter was) op een briljant idee gekomen. Wanneer duizend restaurateurs en slagers 52 euro overmaken, komt er op de bank veel geld binnen. Ruim voldoende om de kosten van perkament, stickers en postzegels te dekken. Wellicht kan de Voorzitter met het resterende geld van een welverdiende vakantie genieten. Een btw-nummer heeft hij niet, dus mag zijn hotelsuite zelfs ietsje meer kosten. En wanneer hij zijn beloofde drukwerkjes voorlopig achterwege laat, kan hij ook nog eens slurpen aan het rietje van een extra cuba libre. De restaurateur of slager die zich inmiddels bij de illustere orde aanmeldde, is vrees ik zéér naïef geweest. Wilt u een perkament/diploma en twee stickers? Stuur het geld dan naar mij. Na aftrek van de kosten kunnen we er dan samen een pint van drinken... Inmiddels kunt u natuurlijk gewoon aangifte doen van (poging) tot misleiding cq (poging tot) misbruik van vertrouwen. Het is dan aan uw vriend de Procureur des Konings om uit te zoeken of onze illustere Voorzitter ook inderdaad Voorzitter is. Zo niet, staat hem een suite in de Begijnenstraat te wachten. Zonder cuba libre, maar mèt rietje. Houdt u me op de hoogte?
Jodocus van Dam, ofwel het Orakel van Amsterdam
Hij laat weer van zich horen, die Jodocus. Niet gehinderd door de minste vakkennis verleende dit heerschap zichzelf de titel van culinair journalist, nadat een carrière als boekenventer mislukte. Welnu, dit groezelige mannetje was laatst te beluisteren op de Belgische radio. Het orakel van Amsterdam was ie. Aan Neerlands zuiderburen verkondigde hij ongeveer als volgt: "In Nederlandse restaurants krijg je troep met een rood strikje". Leuk wanneer u een restaurant hebt en Belgen bij u welkom zijn. Ze zullen zich na het orakel nog wel eens bedenken vooraleer ze bij u reserveren. Troep met een rood strikje, dat is immers geen reisje waard. Nog steeds betrap ik er Nederlandse restaurateurs op dat ze geilend achter Jodocus aanlopen. Niet uit symphatie natuurlijk, ze willen gewoon aandacht. Welnu, de laatste maanden heb ik geweigerd om bij gelegenheden aanwezig te zijn waar het vetlederen jasje (met kussentje, want de stoelen zijn tegenwoordig zo hard) eveneens is uitgenodigd. Het wordt nu eindelijk eens tijd dat Jodo door het gastronomische vakgebied wordt uitgekotst. Ik zeg het grof, maar andere woorden willen me niet te binnen schieten.
De nieuwe spelling
Toen de nieuwe spelling zijn of haar intrede deed, was ik niet accoord met de regeltjes die stoffige fmannetjes in achterkamertjes hadden bedisseld. Dus besloot ik om me aan de aloude spellingsregels te bliven houden en maakte (en maak) dat kenbaar in de colofon. Helaas was ik een roepende in de woestijn. Eigenaren van pannekoekenhuisjes bestelden nieuwe lichtreklames om voortaan pannenkoekenhuis te mogen heten. Het kan verkeren. Inmiddels haalde ik me heel wat kritiek op de hals. Zoals van leraren die het verwarrend vinden dat een vakblad hun opvoedingsperikelen doorkruist. Dat snijdt hout. Maar ook barst het van de gezagsgetrouwe (geef de keizer wat des keizers is) lezers die me bij elke spellings"fout" boze brieven, e-mails of faxen sturen in de trant van "Het wordt tijd dat u eens het groene boekje koopt. Of hebt u daar gaan geld voor misschien?" Door mijn gebeuzel wordt hen onrecht aangedaan, ik besef het. Welnu, om die en allerlei redenen heb ik het boetekleed aangedaan en ben ik op weg naar het verre Canossa. Mijn reis kan nog eventjes duren, want hij is voor mij verdorie niet gemakkelijk. Intussen zal ik pijnlijk proberen om steeds meer woorden in de nieuwe spelling te plaatsen. Behalve het woord pannekoek. Hoewel dat woord in Saisonnier niet al te vaak zal verschijnen.
Norbert Koreman
«15-1-2007 @ 17:26