De culinaire videowebsite Let's Cook It . TV

Zomer 2001

Saisonnier France
Culinaire Saisonnier bestaat nu ruim 5 jaar en heeft een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. In juni 1996 begonnen we met een oplage van 3.500 exemplaren en vonden dat al heel veel. Het blad waar ik toen vandaan kwam, had zo'oplage immers nog nooit kunnen behalen. Maar het bleek véél te weinig. Vandaar dat tegenwoordig onze eerste nummers door verzamelaars op het internet te koop worden gevraagd voor hoge bedragen. De eerste drie jaren van ons bestaan verdubbelde onze oplage elk jaar. Op dit moment zitten we al op 24.000, maar de grote groei kan er ooit uit raken. Als gespecialiseerd vakmagazine voor een piepklein taalgebied moeten we onze spectaculaire groeigrenzen wel eens bereiken. Vandaar dat we initiatieven namen. Vorig jaar begonnen we met verkenningen in andere taalgebieden. Uit onze onderzoeken bleek, dat in het Franstalige gebied een gat in de markt ligt. Inmiddels heeft onze man in Parijs, Philippe, al heel wat achtergrondwerk verricht. Saisonnier gaat binnenkort met een aparte uitgave (geen vertaling) op de Franse, Waalse en Canadese markt verschijnen, met hetzelfde kwaliteitsniveau waaraan u gewend bent. We zijn hier met ons piepkleine team apetrots op en ik hoop dat u die fierheid met ons wilt delen. Culinaire Saisonnier krijgt in Frankrijk de ondertitel "La Cuisine du Nord" mee: de keuken van het noorden. Qua redactioneel concept zal de uitgave volledig in het teken staan van Noord-Frankrijk, België en Nederland. Zo komen we in de mogelijkheid om de Vlaamse en Nederlandse keuken en Vlaamse en Nederlandse streekprodukten in het buitenland te promoten. La cuisine du nord, de wereld zal onze noordelijke keuken leren kennen! Inmiddels zijn trouwens ook verkenningen gaande op de Amerikaanse markt. We hopen in de loop van 2004 -dit in samenwerking met een Amerikaanse partner- uit te komen met een eerste Engelstalige uitgave. Daarmee liggen ook Engeland, Australië en een deel van Canada open. Als het aan ons ligt, gaat Saisonnier de hele wereld veroveren, met onze noordelijke keuken als inzet. Met ons zéér kleine team, zonder koffiejuffrouwen, art directors, lay-out mensen, et-managers, fotografen, marketingmannen of PR-mensen, maar gewoon met Carine, Harry, Anthonie, Philippe, Katja, onze Amis Saisonnier en ik, voelen we ons daartoe in staat. Waarom? Omdat ù de basis legde en ons het nodige zelfvertrouwen gaf.

Sterk staaltje
Elders in deze uitgave kan u lezen over het initiatief dat Ernesto Illy en zijn team in Brazilië namen. Met relatief kleine maar doordachte maatregelen wisten ze het grootste koffieland ter wereld uit het moeras te trekken. In tien jaar tijd veranderde een volledig land zijn productie van slechte bulk naar koffie waar de wereld over spreekt. Het lijkt soms al moeilijk om de kwaliteit van de eigen zaak, je eigen kleine kringetje, te verbeteren. Met het indringende voorbeeld van Ernesto Illy in gedachten, mogen we dat wel eens anders gaan bezien. Een mens is tot véél meer in staat dan hij op het eerste gezicht zou denken. Gewoon goed nadenken, een strategie neerzetten en vervolgens ook doen. Rechtdoor gaan, niet omkijken maar doen.

Wie wordt er beter op?
De Europese Gemeenschap, ooit gegroeid vanuit de behoefte om de productie van steenkool en staal te reguleren, groeide onder Mansholt uit tot een veelkoppig monster dat zich vooral met de landbouw en veeteelt ging bemoeien. Boeren werden gestimuleerd om zich te specialiseren en om vooral groter te worden. Wanneer een overproductie het gevolg was, geen probleem. Boter, melk en vlees werden door Europa aangekocht en op een grote berg gegooid. Op zeker moment maakten alleen al de kosten voor de benodigde koel,- en vrieshuizen een serieus onderdeel van het Europese budget uit. De boeren zijn geen boer meer, maar ondernemers. Een tractor is geen werktuig meer maar een investering die je op vijf jaar afschrijft. Voor een groot aantal boeren werd de situatie onhoudbaar. Hun grond werd tot villawijkjes verkaveld, of in het minst erge geval boerden ze verder als contractwerker voor de bio-industrie om zo te proberen, hun schulden aan de boerenleenbank te voldoen. Het is niet leuk meer om boer te zijn. De mono-productie heeft landbouwers en veetelers kwetsbaar gemaakt. Eén nachtvorstje en er zijn dit jaar geen appels of peren, één virusje of honderdduizenden dieren moeten worden afgeslacht. Het is ook niet leuk meer om consument te zijn. De helft van het totale Europese budget gaat naar het landbouwbeleid, wij consumenten moeten die honderden miljarden via de belastingen betalen. Maar dat is nog niet het ergste: we betalen voor onze landbouwproducten maar liefst drie keer. Eén keer in de winkel, één keer aan Europa en één keer aan de milieumaatregelen achteraf. Daarboven komt ook nog eens een stevige vrachtprijs, want we consumeren het liefst producten van duizend kilometer verder. Het is niet voor de boer leuk en niet voor ons leuk. De boer verdient er niet aan en wij betalen ons blauw. Het hele systeem kan toch moeilijk in stand worden gehouden om een handvol Eurobobo'aan de kost te helpen. Maar waar ligt de oplossing? We moeten gewoon terug naar de regio.

Norbert Koreman

«

15-1-2007 @ 17:24