
Bonjour Belgium
Vraag een willekeurig iemand in New York of Tokio waaraan hij moet denken als hij het woord 'lgium'oort, hij begint onmiddellijk te likkebaarden en te kwijlen. Het kleine landje heeft een wereldwijde reputatie als leverancier van smakelijkheden als chocolade, bier, spruitjes, witloof en gastronomie. Geuren, smaken en plezier zijn hier tot levenswijze en kunst verheven, al eeuwenlang. Andere landen kijken jaloers toe: de Fransen eten alles wat beweegt, de Duitsers zouden willen dat ze iets van smaak snapten, de Nederlanders produceren om er aan te verdienen en de Engelsen begrijpen er al helemaal niets van. je zou dus op z'minst denken dat België zijn troetelkind, zijn boegbeeld en zijn poort naar de wereld met hand en tand beschermt. Niet dus. De gastronomie, nota bene ook nog eens goed voor een enorme werkgelegenheid, wordt door de dames en heren bestuurderen als een paria behandeld. De btw die restaurateurs op hun totale omzet moeten afdragen, bedraagt maar liefst 21 %. Van dat geld worden bruggen gebouwd waarover nimmer een weg zal lopen. De zakelijke restaurantgasten mogen hun restaurantbonnetje maar voor de helft aftrekken, zodat hun animo is gedaald. De loonlasten behoren tot de allerhoogste ter wereld, zelfs betaalt iedere Belg daar bovenop een portie 'isisbelasting'uitgevonden in de jaren tachtig. Flexibel gebruik maken van personeel is door alle welles en regelgevinkjes bijna onmogelijk. Moet ik nog even verder gaan? Het Belgische boegbeeld, de gastronomie, hangt aan een zijden draadje. Bijna dagelijks gaan ergens in het land definitief de deuren dicht. Tal van restaurateurs -en niet altijd de slechtste redden het niet meer en gaan failliet. Vorig jaar leek er enig licht te gloren aan de horizon. Er kwam een nieuwe regering die voor een frisse wind zou gaan zorgen. Diverse nieuwe ministers beloofden met hun hand op het hart dat voor de restaurateurs alles zou verbeteren. De absurd hoge btw zou onder de loep komen en de volledige aftrekbaarheid van bonnetjes zou nog een kwestie van korte tijd zijn. We zijn nu nauwelijks twee jaar verder en minister Jaak Gabriëls het een delegatie van de patroonsbond PFBR al weten dat de restaurateurs nergens op hoeven rekenen. We zijn weer terug bij af. Het wordt dus tijd dat de sector zich eens van een minder brave kant laat zien. Wanneer transportbedrijven denken dat de dieselprijzen te hoog zijn, leggen ze het hele land lam. Wanneer dokwerkers vinden dat hun lunchpakket te klein is, blokkeren ze een wereldhaven. Ik hoorde een restaurateur al zuchten "Hadden wij maar camions'Welnu, u hèbt ze! We kunnen namelijk uw leveranciers mobiliseren en die hebben camions á volonté. Ze zullen u graag willen helpen, want zonder u kunnen ze zelf hun deuren ook sluiten. Welke grote leverancier wil het voorbeeld geven en zich aanmelden .... ? Laat het me even weten. Ik geef uw adres dan graag aan de PFBR door.
Onderwijs (2)
Naar aanleiding van mijn vorige Overpeinzingen is een levendige discussie ontstaan. Per brief, fax, e-mail, telefoon, postduiven en andere middelen werd ik overstelpt met reakties uit de onderwijswereld. Een van de reagerende leraren was het niet eens met mijn kritiek op het gebruik van voorgeschilde aardappelen op school. Wanneer je op school elke dag voor 400 personen aardappelen bereidt, is het onzinnig en onverstandig om daar de leerlingen voor in te zetten. 350 kilo mag dan best geschild binnenkomen. De betreffende leraar heeft hier een punt, ik kan hem alleen maar gelijk geven. Min voorbeeld was onvoldoende doordacht ik trek het boetekleed aan en trek naar Canossa. Een andere reaktie uit het onderwijsfront bestreed dat de opleiding niet zou aansluiten bij de praktijk. De markante ervaringen van honderden restaurateurs kennende, durf ik stellen dat deze persoon niet weet wat er in de wereld omgaat. Hij leeft in een droomwereldje, het wordt tijd dat hij zich eens aan de oorlelletjes trekt en wakker wordt. Over de kritiek op het onderwijs zou ik een boek kunnen vullen en restaurateurs en chefs zullen mijn stellingen beamen: leerlingen van veruit de meeste hotelscholen kunnen, afgestudeerd en wel, geen vis fileren. Ze hebben nog nooit een asperge geschild. Ze weten het verschil niet tussen een platvis en een rondvis, tussen een koe en een varken. Ze begrijpen in de verste verte niet hoe een sausje zijn binding krijgt of waarom suiker eventueel bruin kan worden. Kortom, ze begrijpen niet veel. Als chef kan je telkens helemaal opnieuw beginnen. Er was ook een leraar die mijn stelling bestreed dat de meeste leerlingen afhaken. Nee zei hij, bijna elke leerling komt in het vak terecht. Vraag verdorie aan iedere volwassen kok hoeveel er van zijn klas nog in het vak zitten en hij noemt een getal van tussen de 5 en 10%. De rest is timmerman, schoenlapper of bankier geworden. Niet bemoedigend voor een geldverslindend systeem. Al met al blijf ik bij mijn steling: het beroepsonderwijs voor de gastronornie deugt van geen kanten. Wanneer een enkeling uiteindelijk het (mooie) vak ingaat, is dat meestal te danken aan andere omstandigheden. Meestal, want er zijn gelukkig nog ènkele scholen en leraren die het vuur op hun leerlingen weten over te brengen. Scholen en leraren waar men twintig jaar later nog met groot respekt over spreekt. Ik zou voor hen een standbeeld uit de hardste graniet willen hakken en misschien doe ik dat nog wel eens. Het enige dat ik van mijn vorige Overpeinzingen terugneem, is het verhaal van de aardappelen.
Norbert Koreman
«15-1-2007 @ 17:24


© 2004-2012 SLiM DESiGN | Hosting Brothers