De culinaire videowebsite Let's Cook It . TV

Zomer 2000

Open brief aan Meneer Unilever
Kritiek leveren op een grote meneer als u is voor een klein mannetje als ik wellicht ongepast, ik heb er de behoefte aan om mijn lezers te waarschuwen voor hun toekomst en om u te attenderen op uw morele verantwoordelijkheden. Zopas werden de geruchten bevestigd dat u een bod deed op een van uw belangrijkste concurrenten in de convenience-markt. Als ik hoor dat u weer op overnamepad bent, moet ik altijd met heimwee denken aan die lieve Zeeuwse ijsproducent Hertog. Het was niet alleen een mooi bedrijf, vooral werd dat bedrijf bestierd door vakidioten die een ijs konden maken waar weinig ambachtelijke Italianen zich mee konden meten. Ik kwam er graag op bezoek, want er was altijd wel iets nieuws onder de zon. Er werd gewerkt met pure eerlijke vanille in plaats van het kunstmatige spul dat door de ijsindustrie eufemistisch "natuuridentieke vanilline" wordt genoemd, en als er weer eens een container verse noten arriveerde, had je de neiging om er in te duiken als in een zwembad. Maar Hertog werd door u overgenomen. Misschien wordt er nog steeds ijs gemaakt, ik weet het niet. Wèl weet ik dat u vooral in 'rken'enkt en minder in produkten. Dat blijkt ook wel want u maakte kort geleden nog bekend dat u vele honderden merken gaat schrappen die (vóór de overname door u) een volstrekt eigen identiteit hadden. Weg met de California-soepen waar mijn moeder vroeger altijd trouw de vlaggetjes van spaarde. Weg met het charmantblozende Zeeuws Meisje en talloze andere merken, het publiek mag voortaan nog een zeer beperkte keuze maken. Altijd heeft u zodanig gehamerd op de sublieme hoedanigheid van margarine dat de boeren hun boter in reklamecampagnes met de moed der wanhoop als echte boter moesten gaan aanprijzen. Alsof er nog andere boter dan echte boter zou bestaan. U maakte jarenlang reklame met Bona margarine: "Waarom smaakt wat de bakker maakt toch zo fijn..." Misschien omdat de bakker zijn vak verstaat? Nee: "Nou, dat kan alleen maar Bona zijn!". Om deze stelling te verloochenen, haalt u Bona uit de markt. Inmiddels is dat merk trouwens overbodig geworden, want via niet aflatende tv-campagnes hebt u ons zodanig bang van hart- en vaatziektes gemaakt dat we alleen nog uw merk Becel op onze boterham durven smeren. Zò bang is ons volk zelfs geworden dat onze huisarts in de boosheid van à lle cholesterol is gaan geloven. Er is dus weer een grote overname op komst? Binnen uw merkengedachte zal op de duur vermoedelijk slechts een fraktie van de nieuwaangekochte merken blijven bestaan. Ik vraag me af of een handjevol bestuurders op uw hoofdkantoor het morele recht heeft om merken (en hun achterliggende hoedanigheden) te schrappen die een zodanig lange traditie hebben dat ze welhaast tot het culturele erfgoed zijn gaan behoren. Wat betekent dit alles voor de kok die bijvoorbeeld zijn fonds niet zelf trekt maar convenience gebruikt? Op dit moment kan hij nog kiezen tussen verschillende merken, elk met hun eigen identiteit. Straks zal hij wellicht meemaken dat er op de wereld nog twee industriële fonds bestaan waaruit hij zijn keuze kan maken: die van u en die van uw enige overgebleven concurrent. Jammer dat die kok dan verleerd is hoe je een eigen fond moet bereiden. Jammer misschien zelfs dat het de kok tegen die tijd wettelijk verboden zal zijn om zijn fonds zelf te maken, want een geheimzinnige lobby is bezig om de Europese politiek zo ver te krijgen. Zoals een even geheimzinnige lobby het in Europa voor elkaar kreeg dat cacaovreemde plantaardige vetten voortaan in chocolade mogen worden gestopt. Het is te hopen dat u en uw collegae-grootmachten nooit geïnteresseerd zullen raken in de kleine leveranciers die de kok verse vis, prachtig vlees, authentieke kaasjes en bloemige bloemkool leveren. Want vanaf dan zullen de dames en heren chefs voor alle zekerheid zèlf weer moeten vissen, ploegen, jagen en melken zoals dat tweeduizend jaar geleden nog gebruikelijk was. Stel je voor dat u 'oemkool'ls een niet-renderend merk zou zien... Voor alle zekerheid ga ik u in de gaten houden.

Gebruik je moeders taal
Af en toe, nee vaak zelfs, krullen m'tenen wanneer ik een spijskaart lees. Daar staat dan Frans op, veelal vertaald door een goedbedoelende plaatselijke leraar Frans die de kinderen het verschil tussen le en la bijbrengt of door een vertaalbureau dat er door een parttimer (dezelfde leraar) de woordenboeken op na laat slaan. Woordenboeken zijn levensgevaarlijk, neem de proef maar een op de som. "trap niet in de hoop" is in 'Frans moeiteloos te vertalen in "n'calier pas dans l'poir". Geen enkele Franstalige zal deze onzin echter begrijpen. Onlangs zag ik ergens in Nederland op de spijskaart vermeld staan dat de kazen afkomstig waren van Maître Fromagé X. Wat moet ik me daar bij voorstellen? In een Frans dialect (Jura) betekent dit failliete schoolmeester of zoiets. Maître Fromager was correcter geweest. Ook heeft men mij al eens poisson willen geven in plaats van poison. Voor alle veiligheid heb ik toen maar vlees besteld. Teenkrullende vertalingen bestaan trouwens niet alleen in onze landen, ook in Frankrijk kwam ik, nota bene met twee Michelinsterren bekroond, een leuke tegen. De spijskaart gaf er een Engelse vertaling van faux filet: false net. Inderdaad, wanneer je in een Frans woordenboek kijkt, zie je dat filet onder andere een visnet is. En vals (faux) kan inderdaad héél gemeen zijn. Maar het spreekt voor zich dat het betreffende restaurant zijn Engelse en Amerikaanse gasten aan het lachen maakt met een gemeen visnet, vooral wanneer de garà§on aan hen vraagt hoe deze creatie gebakken moet worden. Wilt ù uw gasten laten lachen? Vertaal dan vanuit een woordenboek. Zo niet, zoek dan èchte, dus gespecialiseerde, professionele hulp of gebruik vooral je moeders taal.

De nieuwe alchemie
De tijd van de middeleeuwse alchemisten, die met behulp van geheimzinnige recepten probeerden goud te maken, lijkt weer helemaal teruggekeerd. Ditmaal is het de tovenaars niet om geel maar om zwart goud te doen. Het geheim zit in een klein flesje dat volgens de verkoper truffelolie bevat. Je kan er wonderen mee verrichten. Enkele druppeltjes van dit edele vocht maken van een goedkope zomertruffel een kostbare wintertruffel en dat bespaart de keuken dus een vermogen. Die zogenaamde truffelolie is in de meeste gevallen echter een kunstmatig spulletje, rechtstreeks afkomstig uit een chemische fabriek. Die fabriek heeft het geluk dat de in truffel aanwezige vluchtige stoffen moeiteloos kunnen worden nagebootst. De term "truffelolie" zou door de overheid streng moeten worden gecontroleerd, de chef die bewust met kunstmatige rotzooi zijn zomertruffels of salades "opwaardeert" zou wat mij betreft in de boeien mogen worden geslagen. Wenst u truffelolie? Doe dan 'winters enkele geurende Périgord-knolletjes in de olie en u krijgt binnen de tien minuten de mooiste truffelolie ter wereld. Maar altijd zullen geur en smaak (zoals dat hoort) redelijk subtiel blijven. Een flesje dat je van tien meter afstand kan ruiken, heeft niets met truffel te maken maar met chemie. Met vieze chemie.

«

15-1-2007 @ 17:24