
We komen in ons vak heel wat mensen tegen, gevestigde namen en minder bekende, maar allemaal trotse mensen, mensen met een passie. Het maakt hen niet uit op welke trede van de klasse-ladder ze staan. Wat mij opvalt is dat jongeren al van kinds af aan bezig zijn om allemaal topmanager te worden. Stel dat iedereen de capaciteiten heeft om dat ook daadwerkelijk te bereiken, hoeveel bedrijven zijn er dan waar al die ambities kunnen worden waargemaakt? Bedrijven hebben tien, honderd, duizend of tienduizend mensen in dienst, slechts een fraktie van die mensen is topmanager. Nee, dan voel ik me prettiger bij het idee dat er nog steeds mensen zijn die trots zijn op het feit dat ze een mooi beroep hebben en daar hun inspiratie uithalen. De functie die zij hebben, geeft hen ruime voldoening. Hoe kom ik hier nu op? Het is iets dat me al jaren bezighoudt, maar de wijze woorden die Dean de Laat sprak (zie interview souschef), zorgden ervoor dat ik er nog eens goed over ging nadenken. Waarom altijd maar materialistisch denken en alleen in grote bedrijven terecht willen komen met een dikke BMW en een hoog salaris. Jongeren, probeer eens te genieten van wat je hebt, of om met de woorden van Dean te spreken: 't stukje gras aan de overkant zal best groener zijn, maar is het héle gazon dat ook?'n zijn functie heeft hij voldoende ambities en werkvreugde, hij geniet ervan om zijn bazen te ontzien en haalt inspiratie uit hen. Geen dag is voor hem hetzelfde, de uitdagingen liggen voor het oprapen. En dan heb je ook nog van die mensen (vaak diezelfde topmanagers in spé) die neerkijken op 'gere'unctie' Daar heb ik het niet zo op. Het is toch heerlijk genieten als mensen trots zijn op wat ze doen, of dat nu het maken van een prachtig kaasje is, mooie aardappelen kweken of kippen fokken die wèl heerlijk smaken. Hun streven is niet al te materialistisch, maar ze hebben wel degelijk een doel. Ze rijden niet in die dikke BMW, maar ze kennen wèl levensgeluk. Het is een fijn gevoel dat we in ons beroep zulke mensen mogen ontmoeten. We zagen boeren in Hongarije die met glunderende ogen hun honderd ganzen lieten zien en met trots ons water uit hun put aanboden, geserveerd in kristal dat al generaties in de familie is. Hetzelfde geldt voor een kaasboerin die we in Engeland ontmoetten. Ze volgde een universitaire studie en had dus topmanager kunnen worden. Ze koos echter voor meer levenskwaliteit en wilde een produkt neerzetten waar ze trots op kan zijn. Het is haar volkomen gelukt. Zo zijn er natuurlijk nog honderden voorbeelden te noemen. Zonder al te bijdehand te willen zijn: we zouden meer respect moeten opbrengen voor mensen die hard werken om te zorgen dat er nog eerlijke, met liefde gemaakte produkten zijn. Of moet straks alles geïmporteerd worden omdat we allemaal achter een bureau willen zitten? Vooral dus: we moeten en mogen respect hebben voor de funkties die we zelf uitoefenen, ongeacht de titel. Respect zit 'niet in de hoogte van de funktie, maar in de wijze waarop je die uitvoert.
«1-10-2010 @ 14:42


© 2004-2012 SLiM DESiGN | Hosting Brothers